Amsterdam en omgeving kent een enorme hoeveelheid prachtige viswateren. Bijna iedereen heeft hier wel water in de buurt van huis. Dat kan een sloot, sierwater, een vaart, gracht, kanaal, een plas of een meer zijn. In bijna al deze wateren zwemt vis en in de meeste wateren mag worden gevist met een vergunning van de Amsterdamse Hengelsport Vereniging (AHV), opgericht in 1906.
Onze vereniging, die zo`n 12.000 leden telt, zorgt voor het beheer van de visstand in al deze wateren. Voor iedere visser – of het nu een snoekbaars- een karpervisser is, een vliegvisser of gewoon een visser die voor z`n rust komt – heeft de Amsterdamse regio uitstekende mogelijkheden. We zijn een actieve vereniging en organiseren jeugdactiviteiten, wedstrijden en vislessen. Maatschappelijk bieden wij voor verzorgingsinstellingen kosteloos de mogelijk voor de bewoners om zo nu en dan te vissen.
Sinds 2007 is de AHV lid van sportvisserij MidWest Nederland en van de landelijke federatie Sportvisserij Nederland. Dankzij het lidmaatschap van deze organisaties is het voor onze leden ook mogelijk om op zeer veel wateren buiten de eigen regio te kunnen vissen. Wist u dat de georganiseerde hengelsport de op een na de grootste sportbond in Nederland is? In Nederland vissen zo’n 1,2 miljoen mensen.
GEDRAGSREGELS
Vissen zijn levende dieren en sportvissers hebben dan ook een grote zorg en waardering voor de vis. Bezien vanuit het welzijn van de vis behoort het derhalve vanzelfsprekend te zijn dat sportvissers zorgvuldig omgaan met de vis om verwonding en stress zo veel mogelijk te voorkomen. Binnen de sportvisserij is dit al jaren een zeer belangrijk thema van voorlichting. Daarbij is het verantwoord omgaan met de vis tegenwoordig zeer wezenlijk voor de maatschappelijke acceptatie van de sportvisserij.
WETTEN EN REGELS
Als sportvisser krijg je te maken met een aantal wetten en regels, bijvoorbeeld op het gebied van vereiste visdocumenten. Maar ook op het gebied van gesloten tijd aas- en vissoorten, minimummaten vissoorten en beschermde vissen. Indien je, je niet aan de regels houdt, kan dat een boete opleveren. Hierbij wordt ook samengewerkt met partijen als de NVWA, politie en Staatsbosbeheer.
-Alle actuele regels, gedragscodes en boetenbedragen vind je op de site van Sportvisserij Nederland
BOA’s van Sportvisserij MidWest Nederland en onze verenigingscontroleurs voeren controles uit. Wil je zelf controleur worden voor onze vereniging? Meld je dan gerust aan als vrijwilliger! email naar: ahv@ahv.nl
LOODVRIJ VISSEN / GREEN DEAL SPORTVISSERIJ
Onze vereniging ondersteunt van harte de zogenaamde “Green Deal Sportvisserij”. Deze overeenkomst tussen diverse ministeries, de Unie van Waterschappen, Natuurmonumenten, Dibevo en Sportvisserij Nederland heeft als doel de aankomende jaren het gebruik van lood binnen de sportvisserij volledig af te bouwen.
Lood wordt door sportvissers veelal gebruikt als werpmiddel en komt -door verlies- soms in het water terecht. Lood is een ongewenste stof, giftig voor dier en mens.
Op veel plekken in de samenleving is daarom het gebruik van lood al teruggedrongen en/of verboden. Denk aan benzine, verf, waterleiding en de jacht.
Een beter milieu begint bij jezelf!
Wat kan je zelf al doen?
Sta kritisch stil bij het gebruik van lood in je eigen sportvisserij en welke mogelijke alternatieven er zijn. Zo zijn er voor de karpervisserij al diverse loodvervangers te koop en zijn loodkopjes voor de roofvisserij prima te vervangen door tungsten gewichtjes. Zoek je tips en inspiratie voor loodvrije alternatieven bij jou sportvisserij? Bekijk dan het overzicht van loodalternatieven.
LEREN VISSEN
Je hebt de Vispas, een mooie uitrusting en het weer is goed: op naar de waterkant! Maar dan begint het natuurlijk pas. Of je nu alleen gaat vissen of met iemand anders: je dient je altijd te gedragen als gast in de natuur en zorgvuldig met vis en natuur om te gaan. Elke sportvisser is een ambassadeur aan de waterkant!
Wil je goed of beter leren vissen of heb je een vraag over vissen? Neem dan contact op met onze vereniging, we helpen je graag verder.
VISLESSEN OP DE BASISSCHOOL
Om jeugd meer bij te brengen over de onderwater natuur, vissoorten, verantwoord omgaan met vis en de regels, geven we regelmatig vislessen op basisscholen (groep 7 en 8)
Onze speciaal opgeleide vismeesters bezoeken de basisscholen in onze provincie en verzorgen er een visles en visexcursie. Zo maken bijna alle kinderen op de basisschool kennis met de sportvisserij als hobby en de hengelsportvereniging als leuke club om lid van te zijn.
Lijkt het je leuk om te helpen bij de jeugdactiviteiten of bij de vislessen? Dan horen we graag van je.
VISSENWELZIJN
De maatschappelijke aandacht voor dierenwelzijn is de laatste jaren sterk gegroeid. De groeiende overtuiging is dat dieren een intrinsieke waarde hebben en pas op de tweede plaats van nut kúnnen zijn voor de mens. Deze visie op natuur is ook van invloed op de sportvisserij.
Wetenschappers zijn er niet over uit of vissen pijn beleven. Ze kennen de mate van bewustwording en de daarmee samenhangende beleving van pijn bij vissen niet. Als wordt beweerd dat vissen pijn beleven dan is dat zonder onderbouwing en op emotie. Dat neemt niet weg dat sportvissers hun verantwoordelijkheid moeten nemen en zeer zorgvuldig met de vis om te gaan.
VISSTAND- EN WATERBEHEER
Sportvissers willen graag water met een gezonde visstand én water dat goed bereikbaar en bevisbaar is. We zien het als onze verantwoordelijkheid om daar zo goed mogelijk voor te zorgen. De gemeente en het waterschap maar ook Sportvisserij MidWest Nederland en Sportvisserij Nederland zijn hier belangrijke partners in. We beheren meerdere viswateren waardoor er voor vrijwel iedere sportvisser een geschikt viswater is. De basis voor deze verantwoordelijkheid ligt in de Visserijwet. In deze wet is vastgelegd dat sportvisserijorganisaties (waaronder hengelsportverenigingen) en beroepsvissers als huurders van het visrecht bevoegd zijn het beheer van de visstand (waaronder het wegvangen en uitzetten van vis) uit te voeren. Waterbeheerders zorgen niet alleen voor droge voeten, maar hebben ook de zorg voor goed, biologisch gezond water. Door de Kader Richtlijn Water (KRW) is die zorg een plicht geworden. De KRW richt zich namelijk op het behalen van zowel chemische- als ecologische doelen waaronder de visstand (leeftijdsopbouw, soortensamenstelling, de ‘mate’ waarin soorten voorkomen).
Samen met onze partners hebben we veel kennis over de kwaliteit en de ecologie van het water en de visstand en zien onszelf als de natuurbescherming onder en boven het water.
De ledenraad van de AHV bestaat momenteel uit de navolgende ledenraadsleden:
De Amsterdamse Hengelsport Vereniging is opgericht op 20 mei 1906 en telt op dit moment ca. 14.000 leden. Doel van de vereniging is:
a. Het bevorderen van de hengelsport als sportieve recreatie
b. Het beschermen en verbeteren van de visstand
c. Het behartigen van de belangen van sportvissers in het algemeen en van de bij de vereniging aangesloten leden in het bijzonder.
Om de sportvisserij te mogen beoefenen zijn op grond van de Visserijwet een sportvisakte en in het algemeen een vergunning van de visrechthebbende nodig: gezamenlijk de VISpas.
Om de vergunning te kunnen verstrekken, huurt de vereniging het visrecht van eigenaren zoals gemeenten, waterschappen, de provincie, landeigenaren, enz. Daarnaast onderhoudt de vereniging goede contacten met beroepsvissers en vindt onderlinge uitwisseling van viswateren plaats.
Onze vereniging huurt het visrecht van bijna alle wateren in Amsterdam, maar ook het visrecht in de wijde omgeving van Amsterdam zoals Uithoorn, De Kwakel, Amstelveen, Ouderkerk, Diemen, Duivendrecht, Abcoude, enz.
De Amsterdamse Hengelsport Vereniging huurt zelf het visrecht van ruim 5.000 ha water en geeft dankzij onderlinge samenwerking met andere hengelsportverenigingen, de federatie MidWest Nederland en Sportvisserij Nederland vergunning uit voor het vissen in miljoenen hectares viswater.
Huren van het visrecht betekent tevens de verplichting tot en de verantwoordelijkheid voor het voeren van een goed visstandbeheer en de zorg voor het milieu.
Het beheer van de visstand is niet alleen gericht op de vissen, maar ook op hun paai-, groei- en overwinteringsmogelijkheden. Van groot belang daarbij zijn de waterkwaliteit, waterbreedte en -diepte, vormgeving en inrichting bodem en oever, beschikbaarheid, verbinding met andere wateren, waterbeheersing (peilregulatie e.d.), beroepsmatige bevissing.
Het stellen van regels voor sportvissers, relaties met andere watergebruikers (landbouw, industrie, scheepvaart, WaterNet e.d.),
Organisatie
Om het doel van de vereniging te kunnen realiseren, beschikt de AHV over een verenigingskantoor en heeft drie personeelsleden in dienst.
Het hoogste bestuurlijke orgaan van de vereniging is de Ledenraad, bestaande uit maximaal zestig leden, die elke twee jaar wordt gekozen door de Algemene Ledenvergadering.
Door en uit de Ledenraad wordt elke twee jaar een bestuur van maximaal negen personen gekozen. Het bestuur bestuurt de vereniging.
Het bestuur laat zich adviseren door de verschillende commissies, waaronder de Commissie Waterbeheer. De Commissie Waterbeheer is belast met het totale visstandbeheer en brengt adviezen uit aan het bestuur. De commissie laat zich bijstaan door een groep vrijwilligers, die periodiek watermonsters nemen en helpen bij de inventarisatie van de benodigde gegevens. Rapporten van alle mogelijke instanties m.b.t. het viswater worden bestudeerd en daar waar dat mogelijk is, wordt advies uitgebracht met betrekking tot de door ons gewenste ontwikkelingen.
De vereniging beschikt over een uitgebreid assortiment materialen om vis te redden bij calamiteiten en voor proefvisserijen.
Sinds 2007 is de AHV lid van sportvisfederatie Mid-West Nederland en van de landelijke federatie Sportvisserij Nederland. Dankzij het lidmaatschap van deze organisaties is het voor onze leden ook mogelijk om op zeer veel wateren buiten de eigen regio te kunnen vissen.
De Amsterdamse Hengelsport Vereniging kent ook een “Commissie van Overtredingen” De regels hieromtrent zijn vastgelegd in het “Reglement overtredingen”. Deze kunt u hier inzien: Reglement Overtredingen.pdf
Het verenigingskantoor van de AHV is gevestigd aan de:
Stammerhove 11-B
1112 VA Diemen

Het hoogste orgaan in de vereniging is de Ledenraad. Deze raad komt ongeveer twee keer per jaar bij elkaar. In de tussenliggende periode is een bestuur verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken en vorming van beleid. Dit bestuur wordt iedere twee jaar gekozen door en uit de Ledenraad. Het bestuur bestaat momenteel uit;
Sinds 1 januari 2007 is de AHV aangesloten bij de regionale en landelijke sportvisserijorganisaties.
Het gevolg hiervan is dat leden van de AHV met hun VISpas ook welkom zijn op de wateren die vermeld staan in de Landelijke en federatieve Lijst van Wateren van Sportvisserij Nederland en Sportvisserij MidWest Nederland.
Andersom zijn leden van aangesloten verenigingen van harte welkom op de meeste AHV-wateren. Een klein aantal wateren is – om diverse redenen – niet ingebracht in de bovengenoemde lijsten en blijven voorbehouden voor de leden van de Amsterdamse Hengelsport Vereniging.
Sportvisserij MidWest Nederland en Sportvisserij Nederland vertegenwoordigen de hengelsportverenigingen op regionaal en landelijk niveau en ondersteunen ons bij bijvoorbeeld grote afvissingen en op organisatorisch gebied.
Via deze link kun je de statuten van de AHV bekijken:
Statuten AHV 07-11-2016.pdf
De afgelopen jaren groeit het aantal jonge sportvissers weer flink. Daar is de Amsterdamse Hengelsportvereniging goed op voorbereid. Van oudsher hebben we een traditie in het organiseren van jeugdkampioenschappen en het verzorgen van vislessen voor onder meer basisscholen. Dat laatste is niet alleen van belang om vis te leren vangen, maar ook om de regels rond de sportvisserij te leren begrijpen en te zien hoe je het best kunt omgaan met de vissen die je vangt.
Jaarlijks terugkerende jeugd evenementen zijn onder meer:
– Nationale Hengelsportdag
– Jeugdkampioenschappen
– AHV Karperavond
Al deze evenementen worden georganiseerd vanuit de Jeugdcommissie en/of het bestuur van de AHV.
De Amsterdamse Hengelsport Vereniging (AHV) is de grootste hengelsportvereniging van Nederland. Reeds vele jaren verzorgen wij met veel enthousiasme kosteloze vislessen op basisscholen, in buurthuizen en bij speeltuinen in Amsterdam. Jaarlijks ontstaat bij kinderen meer behoefte om kennis te nemen van de hengelsport. Onze ‘vismeesters’ gaan de locaties langs met complete uitrusting en lespakketten. De bedoeling is dat kinderen op een verantwoorde wijze de eerste beginselen van het hengelen onder de knie krijgen. Daarnaast maken zij kennis met de natuur en leren hoe daar respectvol mee om te gaan.
De kennismaking met vissen geeft kinderen iets mee waar ze – naar onze overtuiging – in hun persoonlijke ontwikkeling veel plezier van hebben. Om een paar aspecten te noemen: het oefent ze in een geduldige houding, het scherpt de zintuigen, het leert ze op een speelse manier (ecologische) verbanden te zien, het oefent ze in handigheid en het maakt ze vertrouwd met de omgang met levende dieren.
Voor de meeste kinderen gaat een nieuwe wereld open. Zelfs een drukke stad als Amsterdam en zijn omgeving is gezegend met talloze vaarten, sloten en sierwateren die de kinderen heel anders gaan beleven als je ze wijst op het fascinerende (onder-)waterleven. Bij de AHV is specifieke kennis aanwezig over die onderwaterwereld. Welke vissen leven er? Hoe komen ze aan hun kostje? En hoe en waar planten ze zich voort? Ook vertellen we de kinderen het een en ander over de samenhang tussen de kwaliteit van het water en de visstand.
De viscursus bestaat uit twee theorielessen en één of meer praktijklessen in de buurt van de school. Uit de vele reacties die wij mondeling en schriftelijk van kinderen en leerkrachten ontvangen, blijkt dat onze kennismakingscursus bijzonder gewaardeerd wordt. Voor buurthuizen en speeltuinen verzorgen wij een eenmalige kennismaking les voor groepen kinderen. Alle jeugdige cursisten tot de leeftijd van 14 jaar verstrekken wij een gratis sportvisvergunning voor 2013. De kinderen worden echter niet vanzelfsprekend opgenomen in ons ledenbestand. Voor slechts € 5,00 kunnen zij het aspirant-lidmaatschap en regelementen bij ons verenigingskantoor afhalen of bij een naburige hengelsportzaak.
Heeft u als school, buurthuis, speeltuin of andere instelling interesse om de kinderen samen met ons deze cursus aan te bieden? Neem dan contact met ons op. In verband met de planning verzoeken wij u dit zo spoedig mogelijk te doen.
Een grote vereniging als de AHV ‘draait’ niet vanzelf. Tientallen enthousiaste leden zetten zich vrijwillig – tegen vergoeding van onkosten – in voor de Amsterdamse Hengelsport Vereniging. Veel van deze vrijwilligers vormen commissies die onderdelen van het verenigingswerk voor hun rekening nemen.
Een deel van deze commissies wordt in de statuten genoemd. Bijvoorbeeld de Kascontrolecommissie, de Commissie van beroep en de Commissie ter behandeling van overtredingen. Maar ook onze Wedstrijdcommissie en de Commissie Waterbeheer.
Naast deze commissies functioneren de Jeugdcommissie, roofviscommissie, witviscommissie de Karpercommissie en de Commissie Controleurs. Verder stelt de Ledenraad van de AHV af en toe tijdelijke commissies in met een vastomlijnde opdracht.
Heb je interesse in deelname in één van de genoemde commissies of wil je bijvoorbeeld een commissie voor vliegvissers oprichten? Neem dan contact op met de AHV.
Jaarlijks organiseert de jeugdcommissie een jeugdkampioenschap en diverse jeugdactiviteiten op de Nationale Hengeldag. Ook neemt het aantal vragen vanuit basisscholen toe om viscursussen door de AHV te laten verzorgen. Wij zoeken dan ook mensen die het leuk vinden een aantal kinderen te leren vissen en met vis om te gaan. Ben jij degene met die kwaliteiten? Bel ons kantoor dan voor een gesprek. Wij hebben een onkostenregeling en betalen de opleidingskosten.
Van al onze vrijwilligers en medewerkers die met kinderen werken, verwachten wij dat zij een `bewijs van goed gedrag` kunnen overleggen.
De Wedstrijdcommissie houdt zich bezig met het organiseren van toernooien en wedstrijden. Daarbij ondersteunen zij ook andere commissies binnen de AHV.
De data van alle wedstrijden vind je – zodra die data bekend zijn – in de agenda.
De Commissie Waterbeheer verzorgt de visstand en let op de kwaliteit van het viswater (dit laatste valt onder de verantwoordelijkheid van Waternet).
Meerdere keren per jaar verzorgt de Commissie Waterbeheer afvissingen. Helaas ook meerdere keren per jaar moet de Commissie in actie komen om vissen te redden die bedreigd worden door al of niet plotselinge verslechtering van de waterkwaliteit.
De Commissie Waterbeheer adviseert het bestuur van de AHV over alle zaken die met visstand en waterbeheer te maken hebben.
Sinds 2007 is binnen de AHV weer een Karpercommissie actief. In overleg met andere commissies (vooral Jeugd, Controle en Waterbeheer) doet deze commissie zijn uiterste best de belangen van karpervissers binnen de vereniging te behartigen.
Dat leidde onder meer tot:
– Onder voorwaarden toestaan van het uitvaren van lijnen op de meeste wateren.
Andere zaken waar de Karpercommissie over praat zijn:
– overlast
– uitzetbeleid
– papegaaienbekken
– het organiseren van informatieavonden
Net als enkele andere commissies kan de Redactiecommissie best versterking gebruiken. Dus, journalisten en bladenmakers van nu en morgen, neem contact op met de Redactiecommissie VISSEN!
De diverse commissies van de AHV proberen te zorgen dat verschillende groepen sportvissers zo goed mogelijk hun eigen visserij kunnen uitoefenen.
Of bestaat `jouw` commissie nog niet? Bijvoorbeeld een commissie die de belangen van roofvissers behartigt of een commissie die de vliegvissers binnen de vereniging bij elkaar wil brengen? Wacht niet langer en richt in overleg met het bestuur je eigen commissie op!
Echt ‘verenigingsleven’ is er binnen de AHV voor enkele honderden mensen, een relatief klein percentage van de ongeveer 13.000 leden. Veel van die leden zijn alleen lid om te kunnen vissen. Dat weten we en dat vinden we misschien wel een beetje jammer, maar niet echt erg. Het hoort nu eenmaal bij de taak die we als vereniging hebben. Door deze situatie wordt het extra belangrijk om goed en duidelijk te communiceren met de buitenwereld: een wereld van leden en niet-leden. Dat doet de AHV op vier manieren:
– Verenigingsblad VISSEN
– Website www.ahv.nl
– Activiteiten voor de jeugd
– Informatiebijeenkomsten en flyercampagnes
Onder het motto `VisVriendelijk` is de AHV de laatste jaren bewust en in toenemende mate bezig jong en oud te informeren over de omgang met onze gevinde vrienden.
Twee sporen zijn daarbij belangrijk:
1. Als je vis vangt om mee te nemen – binnen de geldende beperkingen op dat gebied – is het belangrijk dat je de mee te nemen vis niet onnodig laat lijden. Direct doden dus.
2. Steeds meer vissers hanteren tegenwoordig het motto `catch & release`: vangen en vrijlaten. In dit geval is het belangrijk dat de vis zo veel mogelijk ongeschonden terugkeert in zijn biotoop. We maken dus de handen nat om de slijmlaag van de vis te ontzien en gebruiken bijvoorbeeld – dat is een bijzondere bepaling van de AHV – geen metalen leefnetten meer. Over de behandeling van de grote en uitzonderlijk sterke Karper is zelfs een specifieke flyer verspreid.
Download de flyer VisVriendelijk
Met een VIS pas mag veel. Met een speciale vergunning nog meer. Toch blijven er altijd plaatsen waar niet gevist mag worden, beperkingen op het meenemen van bepaalde vissoorten en vistechnieken die ofwel voor de wet ofwel door de vereniging niet worden toegestaan.
Het controleurkorps en de BOA`s (Bijzonder Opsporing Ambtenaren) van de Amsterdamse Hengelsport Vereniging ziet er op toe dat vissers zich aan deze wetten en regels houden. Soms krijgen ze daarbij hulp van BOA`s van de Federatie Mid-West Nederland.
Ook een politieagent kan naar je vis papieren vragen, evenals boswachters in het Amsterdamse Bos en BOA`s van bijvoorbeeld Groengebied Amstelland. Sta deze professionals altijd vriendelijk te woord en verleen je volle medewerking. Zij doen hun werk in opdracht van overheden en de vereniging.
Aasvis
Vissen op roofvis met levend aas is wettelijk verboden. Voor dood aas geldt het volgende: vissoorten waarop geen minimummaat is gesteld, mogen onbeperkt worden gebruikt als dode aasvis. Overige vissoorten beneden de daarvoor vastgestelde minimummaten mogen niet als dode aasvis worden gebruikt, met uitzondering van baars kleiner dan 15 cm in de periode van 1 juli tot 1 maart (maximaal 30 stuks). Ruisvoorn mag niet als aasvis gebruikt worden.
Aassoorten
De Minister maakt onderscheid tussen `aangewezen` aassoorten en aassoorten die buiten de Kleine VISpas vallen. Aangewezen aassoorten zijn:
– Brood, aardappel, deeg, kaas, granen en zaden;
– Worm en steurkrab;
– Insektenlarven (bv. maden) en nabootsingen daarvan, mits die niet groter zijn dan 2.5 cm 3.
Voorbeelden van aassoorten die hier niet onder vallen zijn dode aasvis (heel of stukjes) en kunstaas.
Gesloten tijd aassoorten
Van 1 april tot de laatste zaterdag in mei geldt een verbod voor sommige aassoorten. Er mag in die periode niet gevist worden met: slacht producten, een dood visje of een stukje vis (ongeacht hoe groot), alle soorten kunstaas met uitzondering van kunstvliegen kleiner dan 2,5 cm. Voor het IJsselmeer en het Markermeer geldt dit verbod van 16 maart tot 1 juli.
Gesloten tijd vissoorten
Ook voor een aantal vissoorten bestaat een gesloten tijd. Vang je zo`n vis in die periode, dan moet je die met de grootst mogelijke zorg behandelen en levend en onbeschadigd direct in hetzelfde water terugzetten. Een gesloten tijd houd dus geen verbod in om er op te mogen vissen maar is er om deze vissoorten te beschermen.
| Snoek | 1 maart tot de laatste zaterdag in mei |
| Barbeel, kopvoorn en winde | 1 april t/m 31 mei |
| Snoekbaars en baars | 1 april tot de laatste zaterdag in mei |
| Beekforel, elft, kwabaal, meerval, serpeling | Het gehele jaar |
| Sneep, zeeforel, zalm, zeeprik en vlagzalm | Het gehele jaar |
Nachtvissen
Voor meer informatie over wettelijke bepalingen, klik hier.
“De vergunninghoud(st)er wordt geacht zonder vergunning te vissen of te hebben gevist, indien hij/zij één der bepalingen in deze vergunning overtreedt of zich niet houdt aan de gegeven voorschriften”.
Vissen met derden die geen vergunning hebben
Verlenen van medewerking aan het vissen door niet- leden is strafbaar. Maak voor kennissen geen uitzondering. Vergunningen zijn verkrijgbaar bij diverse (hengelsport)zaken in Amsterdam en omgeving.
Houd de waterkant heel en schoon
Het is verboden riet, gras, beplanting en oevervoorziening te beschadigen en/of papier, schillen enz. achter te laten. Ook het achterlaten van vistuig – bijvoorbeeld vislijn of lood – is niet toegestaan. Laat je stek achter zoals je die gevonden hebt.
Meeneembeperkingen
Dood onmiddellijk de eventuele gevangen vis die je meeneemt. Het is verboden:
– aal in bezit te hebben. Gevangen vissen moeten direct in hetzelfde water worden teruggezet;
– karper in bezit te hebben. De gevangen vis moet direct in hetzelfde water worden teruggezet;
Kunstmatig gekleurd aas en voer
Het is verboden te vissen en voeren met gekleurde maden. Bovendien wordt het gebruik van kunstmatig gekleurd (fabrieks)lokvoer ten sterkste ontraden, evenals het gebruik van kleurextracten.
Haaks op de oever vissen
De BOA’s en controleurs zien er op toe dat vissers zo veel mogelijk haaks op de oever vissen. In voorkomende gevallen kunnen zij dit gebod onverkort handhaven.
Regeling lijnen uitvaren
“Het uitvaren van vislijnen is toegestaan, waarbij als maximale vaarafstand de werpafstand geldt. Indicatief is dit maximaal 120 meter. Het is niet toegestaan vanuit de boot – op deze maximale afstand van de oeverstek – verder in te gooien dan de hengellengte. Uitzondering op deze regel vormt de Bosbaan, waar een geheel uitvaarverbod van kracht blijft.
Een handhaver of controleur kan de vergunning innemen van de visser wiens haakaas zich op grotere afstand van de hengel bevindt of van de visser die zich met hengel en/of haakaas in een boot bevindt die de maximale vaarafstand vanaf de oeverstek overschrijdt.
Het vroegere uitvaarverbod is voor periodes van steeds een jaar opgeheven. Na evaluatie volgt jaarlijks verlenging of aanpassing van de huidige situatie.”
De verwijzingen naar ‘de oeverstek’ in het besluit zijn bedoeld om vissers te beschermen die vanuit een boot willen vissen. De regel ‘haaks op de oever vissen’ blijft van kracht.
Port securities: bootvisserij zeehavens onmogelijk
Uit angst voor terroristische aanslagen zijn vanuit de Verenigde Staten wereldwijd aan zeehavens veiligheidsmaatregelen oftewel `port securities` opgelegd. Ook de Gemeentelijke Havendienst ontkomt niet aan het doorvoeren van deze maatregelen.
Dit houdt in dat wij niet meer vanuit ons bootje mogen vissen in de zeehavens. Laten we hopen dat het gevoel van terroristische bedreigingen weg mag ebben opdat wij weer lekker met onze visbootjes in de havens kunnen dobberen zoals we jarenlang deden. Overigens moeten bootjes nu wettelijk zoveel mogelijks rechts varen op het IJ en het Noordzeekanaal. Vooral bij het Centraal Station wordt daar streng op gelet. Wij verzoeken al onze varende sportvissers op het IJ hiermee rekening te houden.
Deze regels zijn:
– de maximum snelheid op het Afgesloten IJ en het Noordzeekanaal bedraagt 18 kilometer per uur;
– de maximum snelheid vanaf het Stenen Hoofd tot aan de Pontveerhaven in Noord bedraagt 12 kilometer per uur (het centrumgebied – achter het Centraal Station), hetgeen met borden wordt aangegeven;
– pleziervaart (waaronder boten van sportvissers) dient zo veel mogelijk buiten de betonning of uit de vaargeul te blijven;
– meren en ankeren is verboden;
– het is verboden verkeerde wal te varen;
– het is verboden zich drijvende te houden voor mondingen van zijkanalen en havenbekkens;
– er is geen toegang tot de havenbekkens van Amsterdam waarvoor een invaarverbod geldt (hetgeen ook met borden wordt aangegeven).
Deze regels worden streng gecontroleerd en gehandhaafd; niet alleen door patrouillevaartuigen van de nautische sector maar ook door de KLPD.
Wellicht ten overvloede wijzen wij er nog op dat viswedstrijden op deze vaarwateren uitsluitend kunnen worden georganiseerd op basis van een door Haven Amsterdam te verstrekken evenementenvergunning. Een van de voorwaarden die daarbij worden gesteld is, dat zo`n wedstrijd uitsluitend in de door Haven Amsterdam aan te wijzen gebieden mag plaatsvinden.
Dood aas
Het is verboden riet- of ruisvoorn als aasvis te gebruiken.
Leefnetten
Het gebruik van metalen leefnetten is verboden.
Invalidensteigers
Het vissen vanaf invalidensteigers is alleen toegestaan voor minder validen.
Begraafplaatsen
Uit overwegingen van piëteit is het verboden te vissen in de wateren rond de volgende begraafplaatsen: Zorgvliet, Nieuwe Oosterbegraafplaats en Noorderbegraafplaats.
Nachtvissen en nachtverblijf
– Bezorg omwonenden en passanten geen overlast. Maak geen lawaai. Het gebruik van de elektronische beetverklikker is toegestaan; de beetverklikker mag echter geen geluid voortbrengen in gebieden binnen een straal van 100 meter van bewoning.
– Maak uitsluitend gebruik van een duidelijk visgerelateerd tentje van maximaal 2,5 x 2,5 m.
– Het is verboden open vuur te maken.
Let op!
– Voor het IJsselmeer geldt het gehele jaar een nachtvisverbod.
Bijzondere bepalingen per viswater
Aan en op diverse viswateren gelden diverse specifieke bijzondere bepalingen. Je vindt deze regels in de ‘inhoud bij het bewijs van lidmaatschap’.

Overtredingen, feitnummers en boetebedragen binnenvisserij 2018
Vissen in het binnenwater zonder schriftelijke toestemming (vergunning) van de visrechthebbende of het
overtreden van de voorwaarden van de toestemming:
H 645 a met één of twee hengels € 140
H 645 b met één peur € 210
H 645 c met meer dan twee hengels € 320
Niet op eerste vordering ter inzage afgeven van:
H 647 b een schriftelijke toestemming € 95
H 647 c huurovereenkomsten en andere documenten € 95
Niet toegestaan vistuig:
H 648 vissen met een niet toegestaan vistuig *
Toegestaan vistuig dat niet aan de voorwaarden voldoet:
H 650 a bij het vissen met één of twee toegestane vistuigen € 280
H 650 b bij het vissen met meer dan twee toegestane vistuigen *
Vissen in gesloten tijd (van 1 april tot en met 31 mei) met:
H 652 a een hengel geaasd met in deze periode verboden aas € 95
H 652 b een staand net € 280
H 654 vissen tijdens de door de minister vastgestelde periode in een door hem
aangewezen water € 95
H 656 tussen 2 uur na zonsondergang en 1 uur voor zonsopgang in door de minister
aangewezen natuurgebieden € 95
N.B. in geval van overtreding van het nachtvisverbod als toestemmingsvoorwaarde
is sprake van feitcode H 645
Stuw/vispassage
H 660 vissen in de Neder-Rijn, Maas, Lek of Overijsselse Vecht binnen een afstand van
75 meter stroomafwaarts van een stuw, in een bij een stuw aangebrachte
vispassage of binnen een straal van 25 meter voor de bovenmond van
deze vispassage € 140
Voorhanden hebben van vistuigen op of in de nabijheid van enig binnenwater:
H 662 a van een vistuig dat (op dat moment) op dat water niet gebruikt mag worden € 95
H 662 b van één of twee hengel(s) terwijl je geen toestemming hebt om daar te vissen € 90
H 662 c van één peur of meer dan twee hengels zonder de vereiste toestemming van
de visrechthebbende € 140
H 662 d een ander toegestaan vistuig zonder bevoegd te zijn hiermee te vissen
en/of zonder de vereiste toestemming van de visrechthebbende € 280
H 662 e van een niet toegestaan vistuig *
Levend aas:
H 664 a vissen in kust- of binnenwater met een levende vis of ander gewerveld dier als aas € 380
Minimum maten en gesloten tijden (vis):
H 666 ondermaatse vis gevangen in zee, kust- of binnenwater niet direct terugzetten *
H 668 vis niet direct terugzetten in een voor die soort geldende gesloten tijd *
H 670 voorhanden hebben van gerookte paling kleiner dan 25 cm. *
Overige overtredingen, feitnummers en boetebedragen
Valse naam / identificatieplicht :
D 515 een valse naam, voornaam, geboortedatum, etc. opgeven € 380
D 517 niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden € 95
* bedrag wordt vastgesteld door de Officier van Justitie
Geluidshinder
H 200 nachtrust verstoren door rumoer of burengerucht € 140
H 205 veroorzaken van geluidhinder voor een omwonende / de omgeving (APV**) € 140
Vuur stoken
H 320 in de openlucht vuur aanleggen, stoken of hebben
(Algemene Plaatselijke Verordening) € 280
Het SpiegelKarperProject van de AHV loopt sinds 1998.
Waarom?
Karper is van oorsprong geen inheemse vissoort – ook al moeten we daarvoor terug naar het begin van onze jaartelling – en vermenigvuldigt zich in het Nederlandse klimaat minder gemakkelijk dan andere vissoorten. Bovendien: spiegelkarpers en schubkarpers discrimineren elkaar niet als het om voortplanting gaat. De nakomelingen van zo`n paar zullen meer op de genetisch sterkere schubkarpers lijken dan op spiegels. Na een paar generaties hou je alleen schubkarpers over. In de jaren negentig van de 20e eeuw bleek het percentage spiegelkarpers drastisch te zijn teruggelopen. Om sportvissers in en rond Amsterdam toch blijvend de vangst van een mooi beschubde spiegel mogelijk te maken, werd besloten de spiegelkarperstand actief te gaan onderhouden.
Hoe?
De afgelopen tien jaar hebben op diverse wateren van de AHV regelmatig onderhoudsuitzettingen van spiegelkarper plaatsgevonden. Daarnaast zijn verspreid over deze periode vele honderden spiegelkarpers uitgezet op de `Amstelboezem`, het vrij bevaarbare water rond Amsterdam. Deze boezemkarpers zijn bij uitzetting stuk voor stuk gemeten, gewogen en gefotografeerd. Van deze foto`s is een archief aangelegd. Als een enthousiaste sportvisser een spiegelkarper terugmeldt bij de SKP, helpt hij daarmee de vereniging inzicht te krijgen in de groei, overlevingskans en migratie van de uitgezette spiegelkarpers.
Volgen door terugmelding
Karpervissers die op een kanaal, rivier of bijvoorbeeld op de Nieuwe Meer of het IJ een spiegelkarper vangen, kunnen de linkerflank van de vis fotograferen en de foto (met informatie als gewicht, lengte en – al of niet precieze – vangstplaats) mailen aan de AHV. Hoe meer van deze terugmeldingen wij ontvangen, des te duidelijker wordt het beeld.
Uitzetten van Karper: een e-maildiscussie
Ondersteuning karperpopulatie of verstoring ecosysteem?
Inleiding
Op woensdag 21 februari 2006 stuurt Fokko Padmos een e-mail aan de overige leden van de Commissie Waterbeheer van de AHV. Kern van zijn betoog in deze mail is dat hij tegenstander is van het uitzetten van uitheemse vissoorten en om die reden onder meer het Spiegelkarperproject van de AHV ecologisch totaal onverantwoord vindt. Dan ontspint zich een enerverende, open discussie. We stappen er in bij de reactie van Joris Weitjens op de e-mail van Fokko en volgen de mailwisseling tot het einde.

Door karpervissers gewaardeerde wateren kunnen niet zonder af en toe een teiltje verse vis, vindt Joris. Fokko denkt daar anders over. Lees de discussie.
Ha Fokko,
Als initiator van Spiegelkarperprojecten (met monitoring) op boezemwateren vind ik dat ik jouw zorg/scepsis over de bestemming van de Karpers tenminste moet proberen te pareren. Als CW-er heb je natuurlijk ook recht op uitleg.
Eerst maar even `uitheems`, zoals je Karper noemt. Geen enkele bioloog met kennis van zaken zal Karper (nog) uitheems noemen. Hij is al minstens 100 jaar in Nederland dus volgens de definitie op z`n minst ingeburgerd. Karper zit al sinds de late middeleeuwen in Nederland en het is niet eens duidelijk of al die pioniers daarbij geholpen zijn door mensen. Karper is een treklustige vis van rivieren die zich bovendien in gematigd klimaat prima kan voortplanten. Is ie al geholpen dan was ie vroeg of laat zeker op eigen houtje hier gekomen.
Terwijl ik heel goed begrijp dat je tegen het uitzetten van Karper bent uit vrees dat `ze` het voor de rest van de visgemeenschap of voor de waterkwaliteit verpesten, snap ik werkelijk niet dat je juist moeite hebt met het uitzetten van Karper in open watersystemen waarvan nog steeds de gebruiksfunctie (voor mensen) primair is en de visgemeenschap dus alle trekken vertoont van voortdurende druk van menselijke activiteiten. Heb je wel eens een rijnaak door de Weespertrekvaart zien varen? Ben je wel eens blijven staan om te zien wat daarvan het gevolg is? Ik denk dat tegenover die ene rijnaak die 3 keer in de week voorbij vaart wat invloed op het onderwatermilieu betreft geen 2.000 Karpers tegenop kunnen.
Wat denk je dat het aandeel van Karper is in de biomassa aan witvis? Jou moet ook zijn opgevallen dat er tijdens al die visserijen op de Amstelboezem nauwelijks of geen Karpers naar boven zijn gekomen. Je kunt er rustig vanuit gaan dat daar tegenover elke ton Brasem circa 50 kilo Karper rondzwemt. Karper vertoont trouwens al jaren een dalende trend op open wateren. Het gevolg van betere waterkwaliteit door waterzuiveringen enz. Daardoor krijgt roofvis meer kans en daarmee Karper weer minder.
En waar leeft die Karper van? Karper eet bijna alles maar hier in de boezem eten ze voornamelijk allerhande schaaldieren enz. (De ingeburgerde Driehoeksmossel, de uitheemse Korfmossel en kreeftachtigen en Krabben die ook nog geen eeuw hier rondzwemmen. Van sommige van die soorten meent men dat ze een plaag vormen.) Bovendien woelen Karpers toch al vele malen minder dan Brasems.
En dan nog gaan we uiterst zorgvuldig te werk bij uitzettingen. Zoals je weet hebben wij als AHV het eerste Spiegelkarperproject in het leven geroepen. Eigenlijk alleen bedoeld om precies te kunnen volgen wat de gevolgen van die uitzettingen in de boezem zijn. Meten is weten. Elke Karper wordt gefotografeerd en gemeten en gewogen. Na 9 jaar blijkt dat de circa 2.000 uitgezette Karpers (op duizenden hectares aan water) het bijzonder goed doen. Ze groeien als Kool, veel harder dan op het gros van de afgesloten wateren. Dat betekent dat er in ieder geval veel voedselruimte is en daarmee kan je ook voorzichtig zeggen dat ze niet veel andere soorten in de weg zullen zitten. Het uitgangspunt van de Karperstudiegroep Nederland die deze projecten heeft geadopteerd en een eigen visie op Karperbeheer heeft ontwikkeld, is dat Karper geen belemmering mag zijn bij (beoogde) verbeteringen van de waterkwaliteit. Als je ergens Karper als onschuldig mag verklaren is dat in de boezem. Wil je al een punt scoren wat betreft Karper dan zou ik me juist druk maken om wateren als de kweekvijvers in het Amsterdamse Bos of veel parken in Amsterdam. Daar drukt (uitgezette) Karper een zwaar accent op de visgemeenschap en staan ze verbeteringen aan de waterkwaliteit mijns inziens in de weg.
Wil je wat meer weten (achtergronden enz.) dan kun je de nota Karperbeleid van de AHV lezen maar ook de Visie Karperbeheer van de KSN. Als je geïnteresseerd bent, neem ik ze voor je mee.
Vriendelijke groet van Joris
Wegen,meten, schrijven, fotograferen is weten.
Hoi Joris
Bedankt voor je reactie. Die dwingt mij echter wel om mijn mening in deze wat uitgebreider uit een te zetten. Om te beginnen vind ik het uitzetten van vis in het algemeen, of het nu om inheemse of uitheemse soorten gaat, een achterhaalde manier van visstandbeheer. De populatiedichtheid van de verschillende vissoorten wordt immers bepaald door een complexe hoeveelheid biologische, ecologische, en andere natuurlijke of onnatuurlijke factoren, waar wij als `visstandbeheerders` veel minder zicht op hebben dan we meestal denken.
Ik hoor bijvoorbeeld vaak (sport)vissers roepen dat de Aalscholver alle vis weg vreet, iets wat natuurlijk nooit gaat gebeuren, want op het moment dat de visstand merkbaar te laag wordt, is de Aalscholver niet meer in staat zijn hongerige jongen van voldoende voedsel te voorzien, en neemt de populatie snel af. Tenzij ze bijgevoerd worden door bijvoorbeeld het uitzetten van vis :-)). of het door mensen beschikbaar stellen van goed gevulde voerbakken in de vorm van viskwekerijen. De Aalscholver bestaat bij de gratie van een goede of overdadige visstand. Maar dit terzijde.
Ik ben van mening dat visstandbeheerders (hengelsportvereniging, waterschap of natuurbeheerorganisatie), als zij de visstand willen verbeteren, moeten zorgen dat het waternetwerk op het gebied van habitat, biotoop, milieu en waterbouwkundige inrichting enz. zodanig is ingericht of beschermd, dat de omstandigheden voor de ontwikkeling van een gezonde natuurlijke visstand zo gunstig mogelijk zijn. Afhankelijk van die omstandigheden bereikt iedere vissoort dan vanzelf zijn maximale populatiedichtheid. Dus ook als de omstandigheden minder gunstig of slecht zijn, ontwikkelt iedere vissoort een maximale populatiedichtheid voor dat bewuste water. In het verlengde hiervan is het dus zinloos om vis uit te zetten in welk water dan ook. Ieder ecosysteem heeft of ontwikkelt immers een evenwichtige samenstelling van vis, gebaseerd op de draagkracht van dat water. Doe je dit toch, dan gaat de uitgezette vis óf dood, óf hij zwemt weg, óf hij verdrijft andere individuen of soorten. Of het nu linksom of rechtsom gaat, er moet iets gebeuren om het evenwicht te herstellen, maar vaak gebeurt er iets anders dan degene die de vis heeft uitgezet voor ogen had. Naar mijn mening is bijna iedere visuitzetting een aantasting van het natuurlijk evenwicht.
Maar nu terug naar de Karper. In tegenstelling tot wat jij suggereert ben ik niet bezorgd over de schade die Karpers kunnen aanrichten in de door jou omschreven wateren als Weespertrekvaart of andere voor de scheepvaart belangrijke verbindingswegen. Ik maak mij zorgen om dat dit soort water deel uit maakt van open watersystemen en dus in verbinding staat met allerlei watertypen waar de soort mogelijk wel een bedreiging vormt. Zoals je zelf al aangeeft vangen wij tijdens proefvisserijen in de Amstelboezem weinig Karper. Je geeft zelf ook aan dat Karper een treklustige vis is, dus als de omstandigheden ergens niet optimaal zijn, zal hij proberen om deze gebieden te verlaten. En wie zijn wij om te bepalen dat de boezem waar wij de vis willen uitzetten aan de voor Karper optimale omstandigheden voldoet. In je eigen pleidooi in Visionair no. 2 (nov. 2006) geef je ook al aan in welke wateren (ondiepe polderwateren) de Karper voor problemen zorgt of kan zorgen. Tevens meld je dat geen enkele visstandbeheerder het in zijn hoofd zal halen om daar Karper uit te zetten. Dit zal dan ook wel niet gebeurd zijn. Feit is dat juist in dit soort water vaak veel Karper zit, en mijn vrees dat Karper vanuit de boezem hier naar toe trekt, lijkt dan ook erg aannemelijk. Lees in dit verband ook het pleidooi van Fabrice Ottburg in het zelfde nummer van Visionair. Hierin wordt zelfs aangetoond dat Karper vanuit de boezem het ondiepe water met hoge natuurwaarde bedreigd. Vanwege dit risico ben ik van mening dat Karper alleen mag worden uitgezet in afgesloten watersystemen zoals speciaal voor de hengelaar ingerichte karperputten of water zoals de Bosbaan.
Ook schrijf jij dat Karper op zijn minst is ingeburgerd, en zich prima kan voortplanten in ons gematigd klimaat. Ik zal hier zeker niet gaan beweren dat Karper niet in staat is zich hier voort te planten. maar het voortplantingssucces is in ieder geval zodanig (gelukkig), dat de soort niet in staat is gebleken een levensvatbare populatie op te bouwen. Als dit wel zo is, begrijp ik helemaal niets van het landelijke karperbeleid om jaar in jaar uit tonnen Karper aan te schaffen om de bestaande karperpopulaties op peil te houden. En om een soort die jaarlijks een dergelijke ondersteuning nodig heeft om zich te handhaven, ingeburgerd te noemen vind ik wel erg prematuur!
Ik sluit overigens niet uit dat de soort in de toekomst (klimaatverandering) deze status wel bereikt, en dit risico lijkt mij ook aanwezig met betrekking tot de Graskarper, waarover ik tot mijn verbijstering hier en daar al weer plannen tot herintroductie zie ontstaan.
Ik ben het uiteraard met je eens dat de kweekvijvers in het Amsterdamse Bos beter af zouden zijn zonder Karper. Naar mijn idee is de enige functie van Karper in Europa het behagen van de hengelsporter, waar op zich zelf natuurlijk niets mis mee is, maar in de kweekvijvers mag niet, of slechts op zeer beperkte schaal gevist worden. Toch zie ik ze liever opgesloten in een gecontroleerd klein gebied dan vrij en ongecontroleerd in het ecosysteem van Europa!
Met vriendelijke groeten
Fokko
PS.
Ik ben geïnteresseerd in de door jou genoemde achtergrondinformatie, misschien kan dat mijn zorg iets wegnemen, alhoewel ik dat niet verwacht. Ik heb volgende week echter avonddienst, dus ik ben niet in staat om de vergadering bij te wonen. Maar misschien wil Herre het opsturen evt. bijgesloten bij de notulen.
Karperuitzetting op de IJssel
Beste Fokko,
Dit is m`n laatste bod om je van de (koudwater)vrees voor onze karperuitzettingen af te helpen. Wat vooral opvalt is dat jij er van een andere kant tegenaan kijkt. Je koppelt het nut/kwaad van het uitzetten van Karper (of welke ander vis ook) uitsluitend aan het ecologisch nut of kwaad. Niet dat ik hier het ultieme argument pro Karpers uitzetten prijsgeef, maar het is wel zo dat je in een commissie van een hengelsportvereniging zit. Het nut van uitzetten van Karpers is daarmee verklaard. Ik zal je verder niet vermoeien met de vreugde van een karpervisser die zo`n uitgezette parel na 20 jaar weet te vangen, maar daar gaat het ons wel om.
Je hebt het over het verstoren van het `natuurlijk evenwicht` en dat klinkt heel goed en ook nobel om na te streven, maar is de natuur niet per definitie dynamisch? Je kunt processen onderscheiden, stadia en evolutie maar waar stilstand heerst komt dacht ik (uit)sterven. Natuurlijk gebeurt er iets met een samenhangend systeem als je er nieuwe elementen in brengt maar is dat niet `leven`, `natuur`? Volgens mij zijn wij het verdraaide snel eens over het belang van natuurlijke processen zonder dat de mens er voortdurend met z`n fikken aan zit. Zelfs Natuurmonumenten speelde met de gedachte om aalscholvereieren te schudden om de visstand te redden, terwijl beroepsvissers met overheidssteun het IJsselmeer van z`n Aal en Snoekbaars en Baars ontdoen. Eigenlijk raak je dus ook een weke plek bij me als je vindt dat je zoveel mogelijk met je tengels van `de natuur` af moet blijven. Maar dat is meer een romantisch gevoel dan m`n ratio. De ratio zegt dat de mens alom aanwezig is in onze natuur en dat spastisch doen over een superexoot als een Halsbandparkiet misplaatst is. Het is veel aardiger om rustig te zien hoe de rest daar op reageert.
Als je zegt dat een karperuitzetting een beroep doet op de veerkracht van een ecosysteem omdat alles met elkaar samenhangt dan ben ik het dus wel met je eens. Maar als dat ecosysteem een beetje gezond in elkaar zit dan zal die invloed bij de aantallen die wij plegen uit te zetten nooit groot zijn. Wat wij (Karperstudiegroep, AHV) met jou niet willen is dat zo`n uitzetting de diversiteit, (veel (vis)soorten in hetzelfde watersysteem) vermindert en wat we zeker niet willen is zo`n overkill dat Karper de dominante soort wordt. Dan moet je dus niet massaal Karper uitzetten (daar zou je zeker een punt hebben gehad) op afgesloten wateren, zoals dat 40 jaar geleden nog de normaalste zaak van de wereld was. Maar dat is grotendeels gelukkig verleden tijd. Wat je ook niet moet doen is Karper uitzetten in wateren waar zich nog geen diverse visgemeenschap heeft gevestigd. Met name een gezonde roofvisstand is heel belangrijk wil je beheer(s)baar Karpers uitzetten. De overlevingskans van karperbroed in wateren met een gezonde (jonge)snoekstand is nihil.
Waar jij vooral bang voor bent is dat Karpers vanuit de Amstelboezem poldersystemen willen/zullen bereiken en daar voor problemen zullen zorgen. Ik kan je geruststellen. Er is in de bijna 10 jaar AHV SKP waarin we (vorige week geteld) 594 terugmeldingen met foto hebben ontvangen slechts 1 keer een Spiegelkarper van ons project gemeld uit een polder. De vanger gaf echter gelijk eerlijk toe dat hij zelf deze projectkarper in de boezem had gevangen en deze op dit water had uitgezet. Er staat dan ook geen enkele polder in verbinding met de boezem. Dat kan niet want dan stroomt de polder vol. Vandaar gemalen, en er is geen Karper die door een gemaal komt, zeker niet vanuit de boezem naar beneden.
Overigens lijken Karpers het uitstekend naar hun zin te hebben in de Amstelboezem. Van wegtrekken is eigenlijk geen sprake. De olievlek die het in de eerste jaren was is al jaren stabiel en de verste meldingen (35 km van het uitzetpunt) dateren al van 2001.
Waar Karpers de keuze hebben, zoals op onze boezem het geval is, zie je trouwens overduidelijk dat Karpers gaan voor wat troebeler water, er is zeker geen binding aan (de vrij zeldzame) gedeeltes waar het water helder is en er meer onderwaterplanten zijn. Goed voorbeeld is het Noorder-Amstelkanaal vlakbij de hoofduitzetplek: het Zuideramstelkanaal. Het noordelijk kanaal loopt dood op de Amstelveense weg. Driekwart van het jaar is het doorzicht daar flink; tot ruim 1 meter terwijl het zuidelijk kanaal doorgaand, drukbevaren en driekwart van het jaar troebel is (maximaal 40 cm doorzicht). Ik zeg niet dat er nooit een Karper in het noordelijk kanaal zwemt, maar we hebben daar vandaan geen enkele terugmelding en er wordt daar überhaupt zelden een Karper gevangen. Ik zou het moeten uitrekenen, maar ik vermoed dat ruim 80% van de terugmeldingen komt van troebele watergedeeltes (doorzicht minder dan 70 cm). Enige uitzondering is de paaitijd en dat is ook precies waar jij aan refereert met de man die in Visionair de uitgezette Karpers hekelt, die tijdens de paai de kunstmatige vlotten van de Zwarte Stern torpederen. Ik denk te weten welk project dit op `z`n geweten heeft`: Net als wij een project dat slechts mondjesmaat uitzet in kanalen en rivieren (De Linge) waar de karperstand flink is achteruit gegaan. Die Karpers kunnen het boezemsysteem niet uit maar ongetwijfeld zitten daar ook enkele ondieptes die in april en mei bezocht worden door tienduizenden heftig paaiende Brasems van tegen de 60 cm en een paar teiltjes uitgezette Karpers van dezelfde lengte. De Karper krijgt de schuld, net zoals de Aalscholver (daar zijn we het roerend over eens) dat krijgt.
Dat er problemen met Karpers in polders kunnen ontstaan is zeker zo. Ik mag een karperliefhebber pur sang zijn, maar ik ben strikt tegen de bescherming van Karpers in omstandigheden waar reproductie een grote rol speelt, net zoals ik sympathiek sta tegenover de praktijk van het verwijderen van dominante brasempopulaties om het gehele ecosysteem `op te krikken`. Uiteraard dien je dat wel samen te doen met andere maatregelen. Ook met het uitdunnen van meer dan levensvatbare natuurlijke karperpopulaties in polders lijkt mij niks mis. Toch vinden natuur/waterbeheerders dat niet altijd nodig. Sterker, ineens heten die in de natuur geboren Karpers dan Wilde Karpers en worden ze beschermd! En wat dacht je van het natuurparadepaardje van vandaag: de Oostvaardersplassen. Dat is vast een ecosysteem naar jouw (en mijn) hart, maar wist jij dat het watersysteem behoorlijk wordt gedomineerd door een zichzelf prima reddende populatie Karpers. Wat denk je dat er op het menu staat van die Zeearenden daar? Voor de ogen van een groep vogelaars (waaronder mijn vader) werd daar een Karper geslagen door zo`n vliegende deur. En kortgeleden stonden er op een vogelsite verschillende prachtfoto`s van een grote Zilverreiger in de Oostvaardersplassen die twee verschillende eenzomerige Karpertjes (de een nota bene een Spiegelkarpertje) naar binnen werkt. Die Karpertjes zijn uiteraard niet uitgezet. Wellicht nazaten van Zuiderzeekarpers. “Zuiderzeekarpers”? Ja, in de zestiende eeuw was Karper een veelgevangen vis aan de oevers van de door rivierinvloeden brakke tot zoete kusten van de Zuiderzee.
Dat zijn wat voorbeelden van zichzelf in stand houdende populaties. Denk ervan wat je wil. Toch is de tendens zoals ik in m`n eerste mailbericht al zei dat de Karper op z`n retour is en dat zal ie blijven ook, zolang er werk gemaakt blijft worden van het terugdringen van meststoffen enz. Vrij abrupt houdt dan de reproductie van Karper (net als in mindere mate van Brasem trouwens) op en stort zonder uitzettingen de karperstand volledig in. In de afgelopen dertig jaar heb ik naar schatting 3 van de 4 wateren waar Karper een behoorlijke plaats innam, zien veranderen in wateren waar nauwelijks nog een Karper rondzwemt. Ik vind dat persoonlijk niet erg.
Juist in deze karperarme watersystemen laat de Karper zien hoe hij tot volle wasdom kan komen en lengtes en gewichten haalt die hij in overbezette wateren nooit zal halen. De meeste karpervissers zien nu eenmaal het liefst mooie, grote en gezonde Karpers.
Wat wij natuurlijk niet leuk vinden is als de Karper volledig verdwijnt. Inderdaad gaan we met onze karperuitzettingen tegen `de natuur` in door te voorkomen dat bestanden verloren gaan in wateren waar de vis nu al niet meer dan een marginale rol speelt in het ecosysteem. Noem het wat mij betreft cultuurbehoud om deze bestanden niet te laten uitsterven. Evengoed kun je er van verzekerd zijn dat we met ons verfijnde monitoringssysteem van fotograferen, meten en wegen precies weten waar we mee bezig zijn en dat we uit eigen belang (hoe minder Karper, hoe groter ze worden) en uit een breder belang (een diverse visstand biedt meer mogelijkheden dan alleen voor een karpervisser) graag meewerken aan het verbeteren van de waterkwaliteit.
Vriendelijke groet van Joris
Snelle groei karper wijst op veel ruimte in het ecosysteem
Beste Joris
Ook ik zal je voor de laatste keer er van proberen te overtuigen dat het niet juist is om dieren in het algemeen, en exoten in het bijzonder, in de vrije natuur los te laten. Juist omdat wij in deze discussie vanuit een ander perspectief redeneren, zullen we het wel nooit echt eens worden, maar toch nog maar een poging.
Terwijl jij mij van mijn (koud)watervrees voor Karper probeert af te helpen, ben ik na het lezen van jouw verhaal nog meer overtuigd geraakt van de onzinnigheid van karperuitzettingen. Op zich vind ik het al behoorlijk verontrustend dat een hengelsportvereniging de wettelijke bevoegdheid heeft om behoorlijk ingrijpende maatregelen in de natuur te mogen nemen, met als belangrijkste doel of nut het hengelplezier van zijn leden te verbeteren (je gehoopte ultieme pro Karper argument). Ik begrijp heus wel dat een hengelsportvereniging geen natuurbeschermingsorganisatie is, maar veel leden zijn waarschijnlijk behoorlijk begaan met de natuur. Dus zij zullen hopen dat aan het uitzetten van vis, en zeker uitheemse vis (Karper) een goed en breed onderzoek naar de ecologische effecten van deze ingreep is vooraf gegaan. Uit jouw verhaal maak ik op dat er vooral Spiegelkarper wordt gefotografeerd, getraceerd en gemeten, en dat jullie je dus voornamelijk richten op het welzijn van de exoot. Ik lees uiteraard ook wel dat er niet willekeurig wordt uitgezet, en dat er wel degelijk wordt gestreefd naar zo min mogelijk negatieve effecten: ik twijfel ook niet aan de integriteit in deze. Maar toch zou ik graag het wetenschappelijk onderzoek willen inzien waarin de ecologische effecten van het uitzetten van Karper in kaart worden gebracht. Ik hoop in ieder geval dat dit is gedaan. Want ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de aanwezigheid van Karper een behoorlijk negatieve invloed heeft op soorten als Grote en Kleine Modderkruiper, Ruisvoorn, Bittervoorn enz.
Deze discussie doet mij namelijk in toenemende mate denken aan de oude fazantendiscussie tussen jagers en natuurbescherming. Gekweekte Fazanten worden uitgezet en bijgevoerd voor de plezierjacht, terwijl de soort zonder deze hulp schaars wordt. Sinds er een wettelijk verbod is op uitzetten en bijvoeren, verdwijnt de exoot (Fazant) geleidelijk uit de duinen en worden de ecologische effecten van de afname van deze soort pas duidelijk. In dit geval een duidelijke toename van de beschermde en bedreigde Zandhagedis, en als gevolg hiervan een toename van de Grauwe Klauwier. Terwijl jagers zich vroeger in allerlei bochten en kronkels draaiden om deze exoot als inheemse soort geaccepteerd te krijgen, was Staatsbosbeheer druk bezig met beheersmaatregelen om te voorkomen dat de Zandhagedis en de Grauwe Klauwier uit de Nederlandse natuur zouden verdwijnen. Ook hier dus een duidelijk geval van ondoordacht handelen met betrekking tot het uitzetten van exoten in het verleden.
En dan de wetgeving. Het uitzetten van welke diersoort dan ook is volgens de Flora en Faunawet art. 14 ten enen male verboden. En terecht. Alleen onder strikte IUCN-regels kan er een uitzondering worden gemaakt, bijvoorbeeld ten behoeve van herintroducties van uitgestorven dieren. Exoten uitzetten is altijd verboden, daar kan zelfs geen uitzondering voor worden gemaakt. En dit is natuurlijk niet zonder goede redenen besloten!!
Artikel 14
1. Het is verboden dieren of eieren van dieren in de vrije natuur uit te zetten.
2. Het is verboden planten behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten in de vrije natuur te planten of uit te zaaien.
3. Het is verboden planten of dieren, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten, onder zich te hebben, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te koop te vragen, te kopen of te verwerven, ten verkoop voorradig of voorhanden te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te vervoeren, ten vervoer aan te bieden of af te leveren, te gebruiken voor commercieel gewin, te huren of te verhuren, te ruilen of in ruil aan te bieden.
4. Krachtens het tweede en derde lid kunnen slechts worden aangewezen soorten die een gevaar kunnen opleveren voor het voortbestaan van beschermde inheemse dier- of plantensoorten of die aanmerkelijke verslechtering kunnen veroorzaken van omstandigheden die voor het voortbestaan van die soorten noodzakelijk zijn.
5. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het uitzetten van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen vissoorten, waarop de Visserijwet 1963 van toepassing is.
Het is voor mij dan ook volkomen onbegrijpelijk waarom er in deze wet een uitzondering wordt gemaakt voor vissen. Het uitzetten van vissen, en zeker exoten, is natuurlijk niet minder schadelijk dan van welke andere dieren of planten dan ook. Ongetwijfeld zal deze dwaling van de wetgever wel weer te maken hebben met economische belangen van in dit geval de beroepsvisserij!
M.b.t. visstandbeheer blijf ik dus bij mijn mening dat je dit hoogstens zou moeten doen door procesbeheer, voorwaarden scheppen voor de natuurlijke ontwikkeling van een gezonde visstand. Het uitzetten van vis zal een hengelsportvereniging wel willen, maar het zou niet moeten mogen. Een natuurbeheerder zal het niet eens moeten willen.
Ik ben er ook niet van overtuigd dat het uitzetten van Karper in de boezem tot de boezem beperkt blijft, zoals jij stelt. Een volwassen Spiegelkarper zal inderdaad niet door een gemaal heen komen, maar voor kuit of karperbroed, en jonge vis tot een bepaalde grootte, zullen de gemalen geen belemmering vormen. Ook schrijf je dat je het boeiend vindt om de dynamiek van de natuur in werking te zien (rustig zien hoe de natuur reageert op een ingreep), maar dat is niet wat de Karperstudiegroep doet. Want als deze dynamische processen er geleidelijk aan voor zorgen dat de Karper verdwijnt uit water waar jullie ze graag hebben, wordt er onmiddellijk opnieuw uitgezet (verstoord). Op water waar de Karper graag verblijft en problemen veroorzaakt, en waar de studiegroep ze juist niet wil hebben kunnen ze worden verwijderd. Er ontstaat dus de onzinnige situatie dat de leden van onze hengelsportvereniging samen met de waterschappen betalen en ook streven naar een verbeterde waterkwaliteit (het terugdringen van meststoffen) en tegelijkertijd hun contributie betalen voor het steeds maar weer aanschaffen en uitzetten van een vissoort in water wat door hun eigen inspanningen niet voldoet aan de eisen van deze vissoort (te weinig eutroof) Gekker kunnen we het niet maken.
Ik ben het uiteraard met je eens dat de Oostvaardersplassen een natuurgebied is van zeer groot belang, ik kan alleen niet geloven dat jij het serieus meent als je schrijft dat de daar aanwezige dominerende karperpopulatie een pre is voor dit gebied. De Zeearend is een opportunistische soort en profiteert dus van het voedsel dat voorhanden is. Als het de beheerders was gelukt de Karper buiten dit ecosysteem te houden, had hij gewoon Ruisvoorn, Zeelt of Snoek gegeten, terwijl hij dan hooguit wat concurrentie had gehad van de dan daar ook broedende Visarenden. Deze zichtjager heeft namelijk helder water nodig, dat niet is verpest door woekerende en wroetende karperpopulaties. En dan heb ik het nog niet eens over de veel betere biodiversiteit die zonder Karper zou zijn ontstaan. Maar dat realiseer jij je volgens mij ook wel.
Ik begrijp best wel dat een hengelsporter heel veel plezier kan beleven aan het vangen van een Karper, Ook bij mij stroomt de adrenaline door mijn lichaam als een prachtige Ruisvoorn van meer dan 40 cm mijn broodkorst of Vlieg probeert te pakken of heeft gepakt, en dat gevoel is ongetwijfeld vergelijkbaar met het vangen van een Karper. Ik ben dan ook naast een enthousiast natuurliefhebber af en toe ook sportvisser. Maar ik blijf van mening dat het beter is om op de vissoort te vissen die in het gebied dat je bevist thuis hoort. Als ik een Regenboogforel of Steur wil vangen ga ik naar Noord Amerika, wil ik een Masheer vangen dan ga ik naar India. Voor Ruisvoorn, Zeelt of Snoek blijf ik in Nederland en voor Karper zou het goed zijn geweest als ik daarvoor naar Azië had gemoeten!! Ik ben realistisch genoeg om te begrijpen dat de Europese natuur nooit meer van zijn Karpers afkomt, maar wil hierbij toch zeer stellig pleiten voor het onmiddellijk beëindigen van de in de ogen van vele natuurliefhebbers onverantwoordelijke karperuitzettingen. Want behalve het door mij genoemde art 14 van de Flora en Faunawet, zijn er nog veel meer wettelijke kaders die het uitzetten van Karper niet ondersteunen. Zoals de Gezondheids en Welzijnswet voor Dieren, het Binnenvisserijbesluit en het Biodiversiteitsverdrag Rio de Janeiro; voor dit laatste verwijs ik nogmaals naar het pleidooi van Fabrice Ottburg in Visionair no.2 van november 2006.
Ik hoop dat ik met deze discussie mijn standpunten voldoende heb kunnen duidelijk maken, en ook dat ik enig begrip binnen de commissie heb kunnen opbrengen, ondanks dat ze kritisch ten opzichte van het gangbare beleid van de hengelsport zijn.
Met vriendelijke groeten
Fokko Padmos
PS
Ik zou het ten zeerste op prijs stellen, maar ook zeer wenselijk achten, als nu aan het einde van deze discussie, het bestuur van onze vereniging, zijn of haar mening over de zaken die aan de orde zijn gekomen, in een soort slotwoord kenbaar zou willen maken. Daarna kan het wat mij betreft op de site geplaatst worden.
In de paaitijd begeeft karper zich in helder water.
Naschrift van het AHV-bestuur
Kennis van Goed en Kwaad geeft veel problemen.
In de geschiedenis van de mensheid zijn, naar wij weten, twee oplossingen gevonden.
De ene heet splitsing. Iemand of een groep maakt uit wat goed is en wat kwaad. Vervolgens wordt het goede boven het kwade verheven. Zo ontstaan goede en slechte mensen: wij en die anderen. Dat is heel vervelend omdat de slechten natuurlijk WEG moeten.
De andere oplossing heet polariteit. Die vind je in Oosterse opvattingen. Daar zijn goed en kwaad aspecten van één werkelijkheid. Alles heeft zowel goede als slechte kanten. Het doel van de Wajangvoorstelling op Java is nadrukkelijk het Kwade in balans te brengen met het Goede. Hier accepteert men dat in ieder mens zowel goede als kwade kanten aanwezig zijn.
En wat dacht je van Cruijffs: “Elk nadeel hep se voordeel?”
Nu de discussie tussen Joris en Fokko. Een uitgebreide, waardige discussie waarin elk van de deelnemers zijn gelijk naar voren heeft gebracht. Het bestuur kreeg het verzoek een voorkeur uit te spreken. Wie heeft gelijk, waarvoor kiest het bestuur?
Ook binnen het bestuur leven verschillende voorkeuren, we kunnen natuurlijk stemmen tellen. Dan wint de sterkste groep van dat moment. We zijn van mening dat we op die manier niet met tegenstellingen binnen onze club moeten omgaan.
Want tegenstellingen kunnen bijzonder nuttig voor een vereniging zijn.
Tegenstellingen – of polariteiten – kunnen veel energie opwekken. Vergelijk het met een accu: als de polen niet ongelijk geladen zijn, is het een onbruikbaar ding. Dus, onze keuze is: bemin de polariteiten!!
Hoewel we als bevorderaars van visplezier meewerken aan het uitzetten van Karpers, zijn we ook voor biodiversiteit. En dat geldt niet alleen in het water of elders in de natuur, maar juist binnen onze vereniging. We willen zelfs graag méér diversiteit. Niet alleen ‘karperbazen’, maar ook snoekbaarzers, snoekvissers, witvissers, baarsvissers en wat niet al.
We zullen heel trots zijn als we ook een paar heel strenge ecologen in ons midden hebben die zonder ophouden de anderen de spiegel voorhouden; tegen de eenzijdigheid.
We zullen daarentegen bijzonder bedroefd zijn als iemand, omdat hij een andere mening is toegedaan, besluit de discussie en wellicht zelfs de club te verlaten.
We zijn blij met onze eigen opponenten, ook al is het soms knap lastig ze op waarde te schatten. Want juist een niet aflatende discussie brengt de waarheid dichterbij.
Toekomstig cultuurmonument of verstoorder van ecosystemen en visgemeenschappen?
Wil je een spiegelkarper van het AHV-SKP terugmelden?
Dat kan door een e-mail te sturen met een foto van de linkerflank van de vis. In de e-mail geef je de volgende informatie:
– lengte en gewicht van de gefotografeerde spiegelkarper
– vangstplaats (wij gaan hier discreet mee om; wil je toch de precieze stek niet verraden, dan graag bij benadering).
Wij gaan vervolgens op zoek in ons archief. Vinden we de vis niet, dan raadplegen we omliggende Spiegelkarperprojecten in bijvoorbeeld Weesp en Utrecht en op de Zuidelijke Randmeren. Wordt de vis gevonden, dan krijg je je foto teruggestuurd met de oorspronkelijke foto van de uitzetting erin gemonteerd.
AHV Spiegelkarperproject voor de Amstelboezem
Waar?
Uitgezette typen spiegelkarper
Andere projecten die actief zijn in dezelfde (Amstel)boezem
Resultaten – Aantal terugmeldingen
Migratie en verspreiding
Groei (van Valkenswaardspiegels)
Groei (van buitenlanders)
Effecten uitzettingen
Aanmelden projectspiegels
1997
AHV Nota karperbeleid verschijnt met daarin twee belangrijke wijzigingen in het karperbeheer, bedoeld om de spiegelkarper te behouden voor het AHV-water.
Onderhoudsdosis spiegelkarper (gemiddeld circa 25 kilo per jaar) uitzetten op de bekende vier plassen (Gaasperplas, Sloterplas, Kinselmeer, Amstelveense Poel) en in een select aantal sierwateren om het bestaande bestand op een aanvaardbaar peil te houden.
Uitzetten van spiegelkarper in boezemwater om een nieuw spiegelbestand op te bouwen.
Om deze laatste ingreep te kunnen volgen (monitoren) werd besloten om alle boezemspiegelkarpers voorafgaand te fotograferen en te meten en te wegen. Voor dit project wordt subsidie gevraagd en gekregen bij de OVB.
1998
Op 25 juni vindt de eerste officiële geheel gemonitorde uitzetting plaats van 137 k3,5 Valkenswaardspiegelkarpers in het Zuider-Amstelkanaal. (k staat voor (poot)karper en het getal erachter voor het aantal zomers=groeiperiode dat de karpers mochten groeien alvorens te worden geleverd.) Ongelukkigerwijs wordt die dag in de buurt per abuis een partij van circa 50 kilo spiegelkarpers ongefotografeerd uitgezet.
In september wordt een tweede uitzetting gedaan met Valkenswaardspiegels op dezelfde uitzetplek. Ongeveer de helft van die vissen vertoont afwijkingen in staartwortel en soms aan de rugwervel.
We maken een flyer in grote oplage om de naamsbekendheid te vergroten.
Begin juli wordt de eerste karper teruggemeld van de Amstel (circa 3 km van het uitzetpunt). Terugmeldingen komen het eerste jaar vooral van vaste hengelaars en van jongens/mannen van ons projectteam. Waarschijnlijk als gevolg van hoge waterafvoer (en daarmee voedsel) door heel veel regen, valt de groei tegen. Van de septemberuitzetting verdwijnt een aanzienlijk deel (tenminste 35 van de 180) in fuiken op het Amsterdam Rijnkanaal circa 8 km van het uitzetpunt. De karpers zouden zijn teruggezet.
1999
In juni vindt de derde uitzetting plaats. Het gaat om k2,5 spiegelkarpers die zijn opgekweekt in netten bij de Amercentrale. Zowel het percentage als de graad van afwijkingen van staartpartij zijn fors toegenomen. Deze uitzetting gaat de wereld in als ‘de klapstaartenlichting’. Ons project doet, gestaafd met plankfoto’s, z’n beklag bij de OVB. De voersamenstelling zou de schuldige zijn. De AHV krijgt als schadevergoeding in 2000 van de OVB een partij van 250 kilo gratis.
We staan voor de eerste keer met een stand op de beurs in Zwolle en in november houden we een dialezing voor regio Zwolle. Terugmeldingen uit beperkte (eigen) kring. Ondanks folders en mond-tot-mondreclame blijken veel hengelaars geen boodschap te hebben aan oproepen. We maken kennis met het fenomeen snelgroeiers: zes pond in een groeiseizoen is geen uitzondering. Enkele terugmeldingen van verder dan 20 km van het uitzetpunt doen vermoeden/vrezen dat er veel leegloop uit het AHV-gebied zal optreden. En dan vooral in richtingen tussen zuid en oost. Gemiddeld komt een terugmelding van circa 7 km van het uitzetpunt.
2000
In juni vindt de vierde uitzetting (160 stuks) plaats. Nu in de Westlandgracht: een uithoek van de Amstelboezem. Voor deze plek is gekozen om te kijken of de karpers in deze hoek blijven hangen. Het gaat om een afwijkend Valkenswaardtype van gemiddeld 1200 gram. In november vindt de eerste uitzetting plaats van Duitse consumptievissen in een ander deel van de boezem: het Abcoudermeer.
De eerste prijzenavond wordt gehouden. Een vaste hengelaar wint de meeste prijzen. Het totaal aantal terugmeldingen loopt op tot 140. Het totaal aantal terugmelders blijft vrij laag (15). Een paar fanatieke terugmelders uit eigen kring melden circa 20% van het aantal uitgezette vissen terug vanuit de Westlandgracht.
De eerste 15 ponder (uitzetting juni 1998) wordt teruggemeld. De vis groeit van mei tot december ruim 6 pond. De gemiddelde afstand tot het uitzetpunt stijgt niet verder (circa 7 km). Verre terugmeldingen (20 kilometerplus) blijken vooralsnog uitzonderingen. Opmerkelijk is een duo projectspiegels dat bij Maarssen terechtkomt in een zijwatertje van de Vecht (circa 26 km).
2001
In oktober wordt een uitzetting gedaan in de Amstelkanalen. Het betreft 300 stuks k2 Valkenswaardspiegels met ongetwijfeld een rijenkarper-gen. Het is de eerste partij die in Duitsland is grootgebracht. Het gemiddelde gewicht is vrij laag (1100 gram) en de exemplaren onder de 35 cm worden elders ondergebracht.
SKP Weesp en Omstreken wordt opgericht en doet als buurproject een eerste (bescheiden) uitzetting in de Amstelboezem. De foto’s worden ook bij ons project ondergebracht. Het aantal terugmeldingen loopt op tot 220. Vooral jonge gasten doen fanatiek mee met het vangen en terugmelden. De groei van de in het Abcoudermeer uitgezette Duitsers groeien gemiddeld ruim 6 pond per groeiseizoen (april/december). Een stuk harder dan de Valkenswaarders. Die blijken een gemiddelde groei van 4 pond in de eerste 2 jaar na uitzetting niet vast te houden. Opmerkelijk is ook dat bij sommige van de Valkenswaardvissen van de eerste lichtingen al (tijdelijke) groeistagnatie optreedt.
Een jaar met veel terugmeldingen uit oostelijke richtingen, Nieuwe Diep en IJmeer, vooral om en nabij het koelwater van de UNA-centrale. Bijzonder is vooral de dubbele terugmelding uit die contreien van een lederkarper die in 1999 uit het Vondelpark is verhuisd. De oude vis groeide in die periode ruim 10 pond tot 17 pond.
2002
In oktober en november vinden uitzettingen plaats. De eerste partij (250 stuks) is er een van Valkenswaardmakelij, de tweede (150 stuks) betreft Franse vissen uit Villedon. De Valkenswaarders zijn vrij klein van stuk en in verband met overleving wordt besloten om wederom de exemplaren onder de 35 cm en circa 750 gram niet uit te zetten op boezemwater. Hoofd-uitzetpunt blijft de Amstelkanalen maar er wordt nu ook uitgezet in de Van Tienhovengracht in Amsterdam-west en in het riviertje de Bullewijk bij Ouderkerk aan de Amstel. Ongeveer de helft van de partij is te klein. Veel visjes vertonen op de staart verschijnselen van pokken. De partij Franse vissen is juist vrij groot van stuk. Veel vissen zijn fors beschadigd door vangst en vervoer.
Wederom bijna 80 terugmeldingen. Nu van 19 verschillende hengelaars: een record. Ongekend is de ‘oogst’ aan 2001-rijens. 20 teugmeldingen in twee maanden tijd van een warmwaterstroompje in de Amstel op circa 4 km van het uitzetpunt.
Hoewel de groei van oudere (Valkenswaard)projectspiegels behoorlijk blijft, zakt de gemiddelde groei terug naar 2,5 pond per jaar. Er worden verschillende vissen (van de eerste lichting) tussen de 18 en 19 pond teruggemeld. De Duitsers van Abcoude vallen ook terug in groei. Een jaar met veel beweging in de projectspiegels. Onder meer meldingen vanuit Vrouwenakker (25 km zuid), Breukelen (27 km zuidzuidoost) en Huizen (35 km oostzuidoost). De gemiddelde afstand tot het uitzetpunt stijgt tot bijna 9 km. Het is voorlopig het laatste jaar dat vissen van de Westlandgracht-uitzetting in de Westlandgracht zelf worden gevangen. Terugmeldingen vanuit Uithoorn, IJmeer en Abcoude doen vermoeden dat de Westlandgrachters massaal op drift zijn geraakt. Uit onvrede met de leveringen starten we met een eigen kweekprogramma in Amsterdam op een klein nieuw gegraven water.
2003
Het gesubsidieerde deel van het project is afgelopen. Het Viskweekcentrum Valkenswaard is niet langer in handen van de OVB maar overgenomen door Jan van Mechelen. Er werd een kleine uitzetting (50 stuks) gedaan in de Van Tienhovengracht (westelijk deel) met Hongaarse spiegels geleverd via Valkenswaard. De laatste prijzenavond in februari wordt goed bezocht. Mede door Hengelsport Osdorp hebben we weer een mooie prijzentafel.
Toch nog 70 terugmeldingen in het eerste jaar zonder prijzen. Het groepje inzenders is ook ongeveer even groot. De bekendheid van het project bij het karpervisserspubliek is veel groter. De rijenkarpers van 2001 blijven het bijzonder goed doen en maken het grootste deel van de terugmeldingen uit.
De erste 20 ponder is een feit. Het is een Duitser van nov. 2000, uitgezet en teruggevangen in Abcoude. De oudere Valkenswaarders blijven voorlopig steken bij ruim 19 pond. Het begint op te vallen dat een behoorlijk deel van de Klapstaartprojectspiegels uit 1998 en 1999 blijven steken in lengte en gewicht. De Franse vissen (Villedon) doen het op enkele uitzondering na nog niet bijzonder goed. De verspreiding vindt nog steeds plaats al gaat het gemiddeld genomen langzaam. Ongeveer 85% van de terugmeldingen tussen 0 en 15 km van de uitzetpunten 15% verder dan dat. Wat ook begint op te vallen, is dat je in het tweede jaar na uitzetting de meeste terugmeldingen krijgt. Daarna neemt het vrij snel af. Consumptievissen (Duitsers/Fransen) lijken geringere afstanden af te leggen dan Valkenswaarders.
Bijzonder terugmeldingen van een aangrenzend watersysteem nabij Muiderberg (circa 20 km). Niet duidelijk is via welke sluis/sluizen deze projecters zijn gegaan. Wel duidelijk is dat karpers geregeld migreren tussen het IJmeer en de Amstelboezem en dat doen via het koelwatersysteem bij de UNA. De aanwezige Sifonsluis vormt nauwelijks een belemmering. De karper ‘Vondeltje’ wordt zowel buiten als binnen nog een paar keer gevangen en weegt ruim 20 pond.
Het eigen kweekproject levert in augustus/september een paar duizend kleine spiegeltjes op, maar het probleem is waar je ze vervolgens laat opgroeien tot een kilo? In bijna alle verenigingswater zit snoek en anders aalscholvers.
2004
Dit jaar wordt het eindrapport van het SKP afgerond. Vanuit het bestuur wordt er een statisticus ‘op gezet’, het geheel wordt er niet leesbaarder op. Hoewel de georganiseerde uitzettingen voorbij zijn worden er nog wel kleine gerichte uitzettingen gedaan om meer gegevens te genereren. Een uitzetting van ruim 30 Duitsers in de Amstel moet meer helderheid brengen over de zwemlust van Duitsers en andere ‘vleeskarpers’. De gemiddelde Abcoudeduitser gaat niet ver van huis.
Anno maart 2004 wordt de balans opgemaakt: 392 terugmeldingen ontvangen van 282 verschillende karpers. 204 karpers werden 1 keer gevangen. 54 karpers werden 2 keer gevangen, 14 karpers 3 keer, 6 karpers 4 keer en 1 karper 6 keer. Aan het eind van het jaar hebben we 470 terugmeldingen.
Veel van de teruggemelde Duitsers van Abcoude schieten dit jaar over de 20 pond. Ook de Fransozen maken een sprint en ook daarvan gaat de eerste al over de 20 pond. Een gemiddelde groei van 7 pond per groeiseizoen. Nog altijd geen officiële melding van een Valkenswaarder over de 20 pond.
Schrikbarend weinig terugmeldingen van de 2002-lichting. Een aantal van de vissen dat wel wordt teruggemeld heeft karperpokken. Niet dodelijk maar wel een teken van slechte weerstand. Opvallend is dat op delen van de boezem waar normaal veel vandaan werd gemeld nu veel minder opleveren. Ook opvallend veel niet eerder gemelde projectspiegels dit jaar. Er lijkt een volksverhuizing te hebben plaatsgevonden maar niet duidelijk is waar precies naartoe.
Voor het eerst wordt duidelijk dat projectspiegels over ‘homing instinct’ beschikken waarbij ‘huis’ wordt ervaren de omgeving waar ze na uitzetting een tijdje (1 jaar?) hebben rondgezwommen. Een karper van de Amstel bij Amsterdam maakt een tijdelijk uitstapje naar Abcoude en een vis van Driemond doet tussentijds Diemen aan.
De Kweekvis van de Westlandgracht die in 2003 weer vrijgelaten is in de Amstelboezem laat zich weer zien op de plek waar ie het laatst werd gevangen Amstel Omval. Vervolgens wordt de vis (om voor meer nakomelingen te zorgen) uitgezet in een ‘kweekvijvertje’ bij het Noordzeekanaal.
2005
Het eindrapport wordt gepresenteerd en aangeboden aan de OVB Er wordt ruim 10.000 euro aan subsidie verleend. Ook zonder subsidie gaan we gewoon door met gegevens verzamelen. Er is een kleine uitzetting met Duitsers in de Schinkel. Het aantal terugmeldingen eindigt weer rond de 70.
Het zwaartepunt van de terugmeldingen in km gemeten vanaf het uitzetpunt verschuift nog nauwelijks wat betekent dat vooralsnog de uitgezette karpers in hoofdzaak (75 % van de terugmeldingen) binnen de grenzen van AHV-boezemwater blijven. Veel van de in september ’98 en juni ’99 uitgezette karpers (Valkenswaardtype) vertonen een stagnerende groei. De overige (Valkenswaard) uitzetlichtingen vertonen wel een behoorlijke groei van gemiddeld ruim 2,5 pond per groeiseizoen. De buitenlandse rassen blijken zoals verwacht harder te groeien dan het Valkenswaardtype. Gemiddeld groeien deze in de eerste jaren na uitzetting 4 pond per jaar in de boezem met uitschieters tot 8 pond per jaar.
Een snel groeiend aantal terugmeldingen betreft spiegelkarpers die in dezelfde regionen al eerder werden gevangen. Dit wijst op plaatsgebondenheid. Het aantal voor het eerste gemelde spiegels daalt elk jaar, maar is ook onderhevig aan grote wisselingen. Duidelijk is dat de kans op een ‘nieuwe projectspiegel’ groter in gedeeltes van de boezem waar weinig of niet wordt gevist.
Steeds duidelijker wordt dat de Valkenswaardlichting van 2002 goeddeels mislukt is. Het percentage terugmeldingen is slechts een fractie (3% van het aantal uitgezette vissen). Een voorstel om voor deze ‘mislukte uitzetting’ in z’n geheel te vervangen/compenseren wordt door het bestuur afgewezen. In augustus duikt de Kweekspiegel op in de Amstel in Uithoorn. Het kweekvijvertje bleek een open verbinding met het Noordzeekanaal te hebben. Onduidelijk is hoe de vis gezwommen is maar hij heeft minimaal 30 km afgelegd.
Vondeltje ‘doet’ ruim 24 pond in het IJmeer in maart.
2006
Voor de zesde keer staan de mannen van het projectteam in februari op de grootste karperbeurs in Europa, in Zwolle om daar voorlichting te geven. Er is een handleiding SKP-en te koop en inmiddels zijn er ruim 30 Spiegelkarperprojecten met een zelfde monitoringssyteem in Nederland.
In november wordt de ‘nieuwe Valkenswaarder’ geïntroduceerd. Het is een kruising tussen een Valkenswaard en een Villedonvis. We doen een kleine uitzetting in de Schinkel om een `vergelijkend warenonderzoek` te kunnen doen. Het zijn kleine maar mooi beschubde k2 spiegels. Het gewichtrecord wordt verbeterd. Het betreft een Franse (Villedon) spiegelkarper uit 2002. In oktober 2004 is deze vis voor het eerst teruggevangen in het Abcoudermeer (16 km zuidzuidoost van het uitzetpunt) bij lengte van 71 cm en een gewicht van 21 pond. Oktober 2006 wordt de vis uit dezelfde omgeving gemeld: de lengte is 80 cm en het gewicht 28 pond en 1 ons.
Het zwaartepunt van de terugmeldingen in km gemeten vanaf het uitzetpunt blijft vrijwel onveranderd. Gemiddeld komen de terugmeldingen van ongeveer 8 km van het uitzetpunt.
De ‘spiegelkarperdichtheid’ gerekend over een heel jaar, is in veel gedeeltes van de boezem significant toegenomen zoals vooral in 2006 blijkt. Het lijkt erop dat de teruglopende schubkarper-aantallen een grote rol speelt bij het oplopende percentage spiegelkarpers. De beoogde circa 30% van de totale hengelvangst aan karper wordt in grote delen gehaald. De verspreiding is niet gelijkmatig en wisselt bovendien. In sommige gedeeltes van de AHV-boezem (niet noodzakelijk verder weg gelegen) ligt dat percentage soms nog onder de 10%.
2007
Mede uit onvrede over de leveringen van Viskweekcentrum Valkenswaard wordt op 2 februari een proefuitzetting van 100 kilo (35 stuks) spiegelkarpers afkomstig van een Franse kweker met als tussenpersoon Koos Walters gefotografeerd en uitgezet in de Amstelkanalen. In het najaar van 2007 worden nog eens 55 Stuks daarvan ingezet in het project.
In maart 2007 worden ruim 80 (bek)beschadigde spiegelkarpers uit de Bosbaan verwijderd en gefotografeerd en wel uitgezet in de Schinkel. Er wordt een afgesloten plas toegevoegd aan het Spiegelkarperproject: de NoorderIJplas bij de Coentunnel. Deze is voorzien van 45 gefotografeerde (Koos)spiegelkarpers. De groeiverwachtingen zijn hoog gespannen.
In 2007 komt het totaal aantal terugmeldingen op ruim 700. Dat is ruim 100 meldingen voor 2007. Er komt weer een aantal nieuwe terugmelders bij waarvan sommigen tot ons geluk zeer ‘productief’ blijken te zijn. Het gewichtrecord is op ruim 28 pond blijven staan. De vis die najaar 2006 dat gewicht op de schaal bracht is dit jaar in de zomer twee keer op 25 pond gevangen. Het aantal projectspiegels dat 20 pond of meer weegt is daarentegen wel fors gestegen van 7 in 2006 naar 25 in 2007.
Het zwaartepunt van de terugmeldingen in km gemeten vanaf het uitzetpunt is licht gestegen. Gemiddeld komen de terugmeldingen van ongeveer 9 km van het uitzetpunt. Opmerkelijk is de zwemdrift van de pas uitgezette Bosbaanpapegaaien. Gemiddeld worden die gevangen op 18 km van het uitzetpunt. erschillende lang ‘vermiste’ projectspiegels van de eerste lichting (juni ’98) komen dit jaar weer tevoorschijn: sommigen ver van huis onder andere in het Gooimeer (tot 35 km zuidoost.).
Zo langzamerhand ontdekken we verschillende ‘pendelroutes’ van karpers. Er wordt bijvoorbeeld via de Weespertrekvaart druk gependeld tussen De Diemen en de Amstel. D eerste melding van de Kromme Mijdrecht (25 km zuid) is een feit. De vis wordt later in het jaar door dezelfde vanger wederom gevangen. Nu in de Amstel bij Uithoorn!
Na zes jaar kunnen we de eerste terugmeldingen van het project van Weesp in AHV-water begroeten. Het kan haast geen toeval zijn dat die vissen afkomstig zijn van de uitzetting in de Gaasp aan onze kant van het Amsterdam-Rijnkanaal. We hebben intussen voldoende aanleiding om te vermoeden dat het Amsterdam-Rijnkanaal migratie van karpers tegenhoudt! De ‘spiegelkarperdichtheid’ voldoet in veel gedeeltes van de Amstelboezem, aan de beoogde circa 30% van de totale hengelvangst aan karper. Die dichtheid loopt op sommige stukken op tot 80%! Zegt ook iets over de ingestorte schubkarperbestanden. De Kweekvis is via Noordzeekanaal en Amstel bij Uithoorn terug in de Amstel bij Amsterdam! (homing instinct). Met bijna 25 pond een van de grootste Valkenswaarders.
2008
Een jubileumjaar: ons SKP bestaat 10 jaar. Het wordt gevierd met een originele SKP-wedstrijd in het laatste weekend van augustus. De wedstrijd waarbij iedereen kan gaan zitten waar ie wil, is een groot succes. Veel enthousiaste (ruim 35) deelnemers en redelijke vangsten. Een oogst van 17 projectspiegels waaronder een paar gloednieuwe. Verrassend genoeg komt de winnaar van de Westlandgracht. Er worden echter geen Westlandgrachters gevangen. De mooie prijzen worden op een speciale SKP-avond uitgereikt.
De site www.Spiegelkarperprojecten.nlwordt geopend. Het aantal terugmeldingen komt waarschijnlijk boven de 100 uit. Brengt het totaal op 800. Het aantal twintigponders stijgt snel. Ook de Valkenswaarders, met uitzondering van de Klapstaarten, halen dat nu veelvuldig. Alle gemelde Villedonners zitten boven de 20 pond. De top van de Valkenswaarders komt vrijwel zonder uitzondering uit de juni ’98 lichting en ligt tussen 25 en 28 pond.
Opvallend genoeg worden er van de buitenlandse rassen ook nog geen vissen boven de 30 pond gemeld. Een Villedonner doet in september 28 pond en 2 ons en is officieel nu de grootste. De recent uitgezette projectspiegels (2004 tm 2007) doen het qua groei zonder uitzondering goed. Wat migratie betreft lijkt het erop dat verschillen tussen Abcoudeduitsers en Valkenswaard meer samenhingen met de uitzetplek dan met iets anders. De `nieuwe Duitsers` en Fransosen komen van gemiddeld circa 8 km van het uitzetpunt. Van het nieuwe product van Valkenswaard krijgen we niet veel meldingen (7 stuks is 7%) maar de groei is zeer bemoedigend, dichter bij de buitenlandse rassen dan bij de Valkenswaarders.
Weer eens een jaar (net als 2004) met veel beweging in de projectspiegels. Dat resulteert in een verheugend aantal nieuwe vissen van oude lichtingen op bekende stekken. Door het gegroeide aantal meldingsbereidwillige karpervissers hebben we nu documentatie voor wat we in 2004 vermoedden: een ‘volksverhuizing’ van projectspiegels. In dit geval van de in 2007 productieve Weespertrekvaart en De Diemen naar de Amstel. De Kweekvis is nu steady op de Amstel bij Amsterdam. Van Vondeltje al bijna 3 jaar niks vernomen.
AHV als de natuur en vissen jouw passie is!
Bij De Amsterdamse Hengelsportvereniging delen we één passie: vissen!
Of je nu een doorgewinterde sportvisser bent of net begint, bij ons ben je aan het juiste adres.
Onze vereniging biedt een breed scala aan vismogelijkheden, wedstrijden en evenementen voor jong en oud.
Met prachtige viswateren en een hechte gemeenschap van enthousiaste leden zorgen wij ervoor dat iedereen van de hengelsport kan genieten.
Neem een kijkje op onze website en app voor meer informatie over lidmaatschappen, activiteiten en het allerlaatste nieuws op visgebied. We hopen je snel te mogen verwelkomen aan de waterkant!
Tight lines en veel visplezier!