TEKST: MARCEL DE RUYTER & FOTOGRAFIE: DENNIS SCHMITT

Het is gesloten tijd voor wat betreft de roofvis en dat geeft voor veel mensen de mogelijkheid om het weer eens op andere vissoorten te voorzien. Het vissen op karper en zeelt in het voorjaar kan erg mooi zijn, maar iets wat mij toch weer iedere keer terugbrengt naar mijn jeugdjaren is het vissen op blankvoorn. En ik doel dan niet alleen maar op kleine voorntjes, maar op werkelijke bakstenen van voorns.
VLOKSTOK
Vroeger deed ik dat voornvissen tijdens mijn jeugd natuurlijk gewoon met een vaste stok, maar vandaag de dag zet ik mijn vlokhengels hiervoor in. Een superlicht omgebouwde vliegenstok in een aftma 3 klasse en 14/00 nylon geeft immers geweldige sport. Het heeft ook voordelen, want geregeld komen er ook andere sterke vissoorten voorbij, zoals een karpertje of een zeelt, en dan heb je met een werpmolentje nog wel eens kans om ook die vis te drillen. Op zo’n hengeltje plaats ik dan een molentje in een 1000 formaat en het liefst met een iets bredere spoel. De dunne lijn moet iedere keer weer correct op de spoel komen en zeker wanneer deze in werking komt loopt de lijn er mooier vanaf. In het algemeen zijn veel kleine model spinmolens ideaal. Het zijn absoluut ook niet de duurste exemplaren die je hiervoor nodig hebt. Vergeet niet dat je met een dobbertje vist en dat de hengel met de molen ook veel in de rusthouding ligt. Ik vis zelf al enkele jaren met werpmolentjes als de SG4 of in een 1000 formaat en ze blijven gewoon goed draaien. En voor de prijzen hoef je het echt niet te laten.
VANUIT DE BOOT

Hoewel je prima overal vanaf de kant kunt vissen, vind ik het leuk om het zo nu en dan vanuit de boot te proberen. Zeker wanneer je dan een goede voerplek opbouwt en je gaat met een maat op pad, kun je perfect met vier hengels en dobbers vanaf de boot vissen. Ik doe dit dan meestal op niet al te diep water waarbij je met een lichtgewicht ankertjes wegkomt. Ook vis ik dan meestal wel geankerd richting de kant toe en vis dus graag richting de ontluikende rietkragen of lelievelden, maar dit is absoluut niet altijd een vereiste. Zeker op dagen met een windje vangen we de echt grote voorns veelal gewoon op het wijde water. Als je een schooltje hebt gevonden, kan het soms nog wel eens gekkenhuis worden. Blijven voeren is dan wel absolute noodzaak en het type voer eigenlijk ook wel. Met een voertje zoals die van “Marcel van den Eynde” ‘Grote voorn voer’ zit je altijd goed. Doorgaans doe ik er ook nog wat hennep, maden en een blikje fijngemalen mais doorheen. Geregeld een handje losse maden in het water gooien werkt ook erg goed. Nu besef ik mij maar al te goed dat niet iedereen de mogelijkheid heeft om vanuit een boot te vissen, maar toch zijn er zeer mooie watertjes in Nederland waar je nog bootjes kunt huren en een prachtige visdag kunt beleven op iets groter water. De rust alleen al is vaak meer dan de moeite waard. Ga je toch vanaf de kant, kies dan in het voorjaar voor de iets grotere wateren zoals vaarten en kanalen.
DRAADSTUITJES

De vlokstokken die ik gebruik vanaf de boot zijn om en nabij de 2.30 meter en daarom niet altijd ideaal om met rubberen stuitjes te vissen. Als het water gemiddeld al iets dieper is, draai je een rubberen stuitje door de ogen van de hengel en dan blijft deze bij het uitwerpen veelal achter de ogen hangen. Draadstuitjes zijn dus een betere keuze. Om te voorkomen dat deze gaan rafelen is het te adviseren om de uiteinden te voorzien van een drupje secondelijm of transparante nagellak. Zo blijven de uiteinden mooi hard en kun je de stuitjes zo nu en dan nog eens aantrekken als ze weer iets verslappen. Een klein kraaltje is nodig om te voorkomen dat het stuitje door de dobber (of wartel) heen gaat.
TEGEN DE BODEM OF…

Hoewel ik vrijwel altijd begin met het aanbieden van het aas tegen de bodem, kan het zeker zo zijn dat ze soms beter te vangen zijn op half water. Maar ik doe dit alleen als het ook echt lukt met de wind en stroming. Het is niet de bedoeling dat de dobber te snel afdrift. Maar experimenteren met het afgestelde stuitje kan zeker lonend zijn. Als aas gebruik ik gewoon goede levende maden, maar made poppen zijn soms ook erg goed. Wees niet al te voorzichtig met de hoeveelheid maden, de echt grote voorns schrikken niet van een flinke hap. En dat is vaak terug te zien aan hoe de dobber vliegensvlug wegschiet. Ik kies daarom ook niet voor al te kleine haken om te voorkomen dat de vis het aas te snel slikt. Een haak met een wijde bocht zoals de Gamakatsu LS-1810B in een maatje 6, zijn prima voor deze visserij. Als dobber gebruik ik ganzenpennen of vergelijkbare modellen gemaakt van balsa. De lengte van de dobber moet passen bij de diepte waar je vist, maar in het algemeen vis ik al gauw met een dobber die een gewicht kan dragen van 2 gram.
BROODNODIG

In de meeste gevallen vis ik op blankvoorn met maden, toch kan het zeker ook lonend zijn om het eens te proberen met wit brood. Bij het vlokvissen op ruisvoorn natuurlijk niet te verslaan, maar op blankvoorns heeft het zich zeker ook wel bewezen. Zaak is wel dan om de broodvlok niet al te groot te maken daar de blankvoorn een kleinere bek heeft dan de ruisvoorn. Mochten ze niet zo snel de broodvlok pakken, dan blijft het nog steeds een goed (extra) voertje. Simpelweg het brood goed nat maken en op de voerplek regelmatig erbij gooien, werkt als een magneet op witvis. Het brood gaat langzaam door de waterlaag zakken en er ontstaan allerlei kleine zwevende deeltjes. Het beste kun je hiervoor gewoon een Casino wit gebruiken of Tosti brood. Ik zou zeggen probeer het eens en succes!
