TEKST & FOTOGRAFIE: ANDRES DE ROUVILLE
“A piece of bling bling into the abyss” Ooit las ik in een Engels artikel deze grappige zin over karpervisserij op half water. En ze hadden gelijk. Meer is het niet. Een techniek binnen de karpervisserij die soms de wenkbrauwen doet fronsen, omdat men te bang is om het in te zetten maar ontzettend effectief kan zijn, voornamelijk in de nawinter en misschien wel de beste periode in het jaar; nu!
Het karpervissen op half water beter bekend als zigvissen, staat bij veel karpervissers nog altijd als onbekend te boek. Dat heeft diverse redenen. Karpervissers gaan vaak af op hun vertrouwen en bewezen technieken. Uiteraard gaat het vertrouwde voerplekje op de bodem in combinatie met een korte combi-rig altijd voor. Vissen met lange onderlijnen tot wel vijf meter met daaraan een stukje foam of een mini pop-upje, aasjes met een hoog drijfvermogen in combinatie met een haakmaat 8 à 10 is even wennen natuurlijk. Karpervissers en onzekerheden gaan vaak niet goed samen. Het wordt nog gekker. Met deze visserij wordt er namelijk nog geen korreltje bijgevoerd. Dit kan later in het jaar overigens wel heel goed werken, daar komen we straks op.
WAAROM ZIGGEN?
Het zigvissen op karper kan een ‘dodelijke’ methode zijn, speciaal in de wat koudere maanden zoals de nawinter en het vroege voorjaar. Als de dagen al merkbaar iets gaan lengen en de zon vaker tevoorschijn komt onder invloed van een hogedrukgebied, nemen de kansen al snel toe. De karper is een opportunist als het om voedsel en warmte gaat en zoekt vrijwel meteen de warmere en dus de hogere waterlagen op. Dit is meteen een laag waarin de net uitgekomen insectenlarven zich bevinden. Behalve warmte is er dus ook in deze waterlagen voedsel te vinden. De karper heeft niet echt de tijd om dit voedsel te inspecteren, een karper heeft geen handjes. Om dit alsnog te doen, happen ze ernaar. Hangen!

VERTROUWEN
Bij het ‘ziggen’ op karper draait het allemaal om vertrouwen. Ik heb er zelf best lang sceptisch tegenaan gekeken, totdat twee jaar geleden het omslagpunt kwam. Terwijl de aanwezige karpervissers op de put al een paar dagen zaten te blanken ving ik in een korte sessie vier vissen, waaronder twee mooie dertigers. Ik kon het haast niet geloven! Zigvissen is gewoon een kwestie van doen. Als je gaat zigvissen raad ik aan om het meteen goed aan te pakken en de zighengel niet als ‘bijleggertje’ te gebruiken. Ga meteen all-in! Op deze manier kan je snel en effectief alle waterlagen afvissen, dus vis ik vanaf het begin met twee of drie hengels. Bij aanvang van de sessie begin ik altijd op twee verschillende dieptes. Ik start met één hengel zo’n zeventig centimeter van de bodem en de andere hengel vis ik zo’n vijftig centimeter van het oppervlak. Ik laat de zigmontages meestal een uur liggen en ga het dan op een andere diepte proberen. Ik werk de dieptes naar elkaar toe totdat ik de juiste diepte heb gevonden. Deze vind ik uiteraard pas na een aanbeet. Hierna heb je wat meer referentie op wat voor diepte de karper actief is, al kan deze diepte gedurende de dag nog wel veranderen. De zon, temperatuur en het bijvoeren zal hier wel een grote rol in spelen. Een succesvol hulpmiddel om te kijken waar de karper zich bevindt is een zogenaamde Deeper of fishfinder, dit gaat wat sneller. Twintig centimeter diepteverschil kan al wat uitmaken. Lekker actief blijven vissen!

TECHNIEKEN
Er bestaan twee gangbare technieken voor het vissen met een zigmontage. Dit kan met een vast lood montage of met een zogenaamde zigcontroller. Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar een vast lood montage. Ik vind de inhaking beter, zeker met een onderlijn die langer is dan drie meter. Het nadeel van een vast lood montage is dat je dit maar op een beperkt aantal wateren kan inzetten. Ik ga met deze montage nooit verder dan een water met een maximale diepte van zeven meter. De onderlijn wordt anders te lang, de inhaking zal matig zijn om nog maar te zwijgen over de dril. Wil je op echt diepe zandwinputten aan de gang en zie je daar vaak springende karpers of karpers aan de oppervlakte dan biedt de zigcontroller uitkomst. Bij een lange onderlijn is het handig om gebruik te maken van een lange schepnetsteel of een helpende hand van je vismaat. Ben je toch alleen? Met een beetje kunst en vliegwerk is dan een veilige methode om tijdens het laatste moment van de dril de loodmontage op te draaien totdat je erbij kunt. Ik clip het lood eraf en draai de montage dan verder door. Een karperhengel met een relatief groot topoog is dan wel een must. Je kan ook kiezen voor een drop-off montage. Ik ben hier persoonlijk geen fan van. Wil je dit toch toepassen? Gebruik dan een loodalternatief. Een ander groot nadeel is het snel aanpassen van de diepte. Je zal immers steeds van onderlijn moeten verwisselen. Ik knoop zelf voorafgaande aan de sessie diverse kant en klare onderlijnen van zeventig centimeter tot vijfeneenhalvemeter lengte. Tegenwoordig zijn daar prima opbergsystemen voor om het allemaal ordelijk en netjes te houden.

AAS & MATERIAAL
Met het aas kun je alle kanten op. Laat met zigvissen je fantasie de vrije loop. Het belangrijkste is dat het aas een hoog drijfvermogen heeft en kleuren met contrast. Two-tone pop-upjes met verschillende kleuren waarin eigenlijk de belangrijkste kleur niet kan ontbreken, zwart. Deze donkere kleur steekt mooi af tegen het wateroppervlak en op helder water kan de karper dit makkelijk waarnemen. Deze donkere kleur kan eenvoudig door als een imitatie van een watertorretje. De tweede goede kleur is wit of geel. Een kleurencombi van wit-zwart of geel-zwart en je kan op bijna elk water uit de voeten. Op troebel water wil een hele felle gele of roze volgesoakte pop-up het wel eens heel goed doen. Verder zijn stukjes foam prima aas. Deze kan je in elk gewenst formaat knippen en naar keuze dippen in je favoriete boiliesmaak. Verder zijn de insecten imitaties goed zoals de zogenaamde zigbugs. Ook wil soms gewoon een stukje kurk goed werken. Bijvoeren kan zeker wat later in het jaar ontzettend effectief zijn. Als je hierdoor een soort voedselnijd kan opwekken, kan een aanbeet haast niet uitblijven. Als voer gebruik ik een speciale zigmix. Dit voer bevat veel drijvende en zwevende bestandsdelen. Om het voer nog wat attractiever te maken voeg ik nog een blikje condensed milk toe. Dit zorgt voor een mierzoete en grote wolk onder water. Gemalen kattenbrokken werkt ook vaak super! Uiteraard leng ik dit aan met water. Afhankelijk van hoe diep je vist pas ik mijn voer aan. Iets meer of minder water kan al een verschil maken in het zakken van het voer. Test dit voor aan de waterkant. Aan het begin van de sessie breng ik vijf à zeven spods op de stek en herhaal dit om het half uur. Zo houd je de stek aan de gang. Om steeds op dezelfde plek te vissen, clip ik de lijn en maak ik gebruik van distance sticks.
Voor een vast lood montage gebruik ik een normale safetyloodclip. Het enige significante verschil is de anti-tangle sleeve van de onderlijn. Die is in de regel een stuk langer. Dit voorkomt het in de war gooien van de lange onderlijn. Het lood wat ik gebruik is een wartellood in de zogenaamde peervorm. Een ideaal lood voor als de vis ver uit de kant zwemt. Bij voorkeur vis ik ook met zwaar lood, in de regel met 113 gram. Bij onderlijnen die langer dan vier meter zijn moet de inhaking meteen goed zijn, vandaar de wat zwaardere gewichten. Als onderlijnmateriaal gebruik ik een zogenaamde zig/floater lijn. De meeste gerenommeerde merken hebben deze in het assortiment. Afhankelijk van de situatie vis ik meestal met een onderlijn van 28/00. Dit kan zeker ook lichter afhankelijk van de situatie en of je met naburige obstakels te maken hebt. 28/00 is het meest gangbare. Mijn haakkeuze valt meestal op een klein en licht klauwhaakje, meestal maatje 8. Deze moet uiteindelijk wel die paar meter met de pop-up omhoog gaan. De meeste fabrikanten hebben ook hier hun eigen lijn als het om zighaken gaat. Mijn favoriete hengel is er één van 12 of 13 ft, 3 tot 3,25 lb en een groot topoog. Hoe groter hoe beter!

TIPS
- Reageer op elke aanbeet. De aanbeten die je met zigvissen krijgt zijn heel divers en zijn niet in te schatten. Van harde runs tot teruglopers, van enkele piepjes tot maar twee mini tikjes op de hengeltop. Reageer op elke aanbeet en laat niks doorlopen. Dit verkleint het aantal lossers.
- Vis met strakke lijnen. De aanbeten moeten meteen waargenomen worden. Soms kan één piepje of een tikje op de top al een aanbeet zijn!
- Gooi om het half uur in (als resultaat uitblijft) en verstel regelmatig de diepte net zolang je de juiste gevonden hebt. Je zal zien dat de aanbeten snel achter elkaar kunnen komen. Wat veel voorkomt tijdens het ziggen is dat er vrijwel direct na het ingooien al een aanbeet volgt. Dit is geen toeval. Karpers zijn vaak nieuwsgierige vissen! Afgelopen najaar ving ik op een heldere diepe zandput negen karpers op deze manier. De overige vier karpers ving ik pas nadat ik een uurtje inlag.
- Ziggen in het donker! Nooit gedaan? Durf je niet? Probeer het maar een keer! In de avond komen de grote wolken met muggenlarven onder de spronglaag vandaan en bevinden zich ‘snachts in de bovenste waterlagen. Zeker op de wat grotere zandwinputten een aanrader!
- Leg voor het ingooien de haak met de punt naar boven op een vlakke ondergrond en maak het vrij van takjes en blaadjes. Dit helpt bij het voorkomen van het in de war gooien van de ziglijn. Een zogenaamde zigmagneet op een banckstick is hiervoor ook een handig hulpmiddel. Als de worp is ingezet wacht je totdat het lood bijna het water raakt en hou dan de hand op de molenspoel. Je zal zien dat de zigonderlijn zich mooi uitstrekt en op deze manier perfect gepresenteerd wordt.
- Start eens op een relatief klein water met een groot bestand aan karper. Vis bij voorkeur op wateren met wat meer diepte. Na de eerste aanbeet zal het vertrouwen stijgen.
Geef deze visserij gewoon een keer een kans. Dit kan je dit jaar een aantal mooie bonusvissen opleveren. Succes!
